Carla Dejonghe is voorzitter van all1 vzw, een belangenbehartigingsgroep voor alleenstaanden. Niet toevallig zijn er veel vrouwen alleenstaand en is hun situatie specifiek.

’t Werd tijd. De situatie van  alleenwonenden verschijnt steeds meer op de politieke radar. Eindelijk voel ik mij niet langer een roepende in de woestijn. ’ Het begint steeds meer door te dringen dat de groep singles, vooral in de steden, flink groeit. Meerdere partijen beginnen ook in te zien dat ons beleid te veel is afgestemd op gezinnen en niet op individuen.

In België bestaat één op drie huishoudens uit één persoon. In grote steden zoals Brussel is dat zelfs al één op twee. Velen onder ons zullen trouwens op een bepaald moment in ons leven eens alleen wonen. De verstokte singles en hardnekkige alleenwoners zijn immers eerder zeldzaam. Het gaat vooral over een groep mensen die door veranderende situaties alleen komt te staan, denk maar aan het overlijden van een partner, een relatiebreuk, een scheiding, enzovoort. Op alleen wonen staat  geen leeftijd. Vaak zijn het vrouwen die alleen komen te staan.

In de eerste plaats is er veel meer ondersteuning nodig bij de transitie  Bij die drastische verandering komen niet alleen heel wat administratieve verplichtingen en praktische zaken kijken, maar vaak ook  hevige emoties. Vrouwen zijn  vaak het grootste slachtoffer. Uit onderzoek weten we dat die transitie gevolgen heeft voor hun arbeidsloopbaan. Vooral voor kortgeschoolde moeders blijkt de combinatie werk-privé het moeilijkst te zijn. Zij hebben doorgaans minder inspraak in hun job, een kleiner netwerk en minder kansen op de arbeidsmarkt, waardoor ze meer risico lopen om volledig opgeslorpt te worden door de work/life balance. Wanneer zij de combinatie niet aankunnen, is de verleiding voor hen groter om uit de arbeidsmarkt te stappen. De cijfers bewijzen dit: slechts 66,5 % van de alleenstaande moeders werkt, een groot verschil met de 78,9 % werkenden bij alleenstaande vaders en 94,4 % bij koppels.

Het is niet meer dan normaal dat het beleid hier de nodige aandacht aan besteedt. Immers,  alleen wonen heeft ook  een weerslag op het maatschappelijk samenleven. Alleenwoners hebben vaak minder koopkracht, staan voor alles alleen in, kunnen zich vaak geen deeltijds werk of loopbaanonderbreking permitteren, etc. Maar er ontstaan ook nieuwe woonvormen, zoals cohousing, samen huren en meergeneratiewonen. Al botsen deze nog al te vaak op de grenzen van de regelgeving. Twee alleenstaanden  bijvoorbeeld die samen een woning huren om de kosten te delen, worden vandaag officieel beschouwd als een gezin. Dat zorgt voor veel problemen, zeker op het vlak van toekenning van sociale rechten.

Alleenstaande ouders worden vaak  gediscrimineerd op de woningmarkt (huren, kopen). Ik herinner me de blog van een alleenstaande mama. Zij ondervond dat makelaars geen alleenstaande moeders met kinderen willen, maar dat de eigenaar daarvan niet altijd op de hoogte is. Zij had één eigenaar zelf gecontacteerd en hij had er helemaal geen probleem  mee. Maar hoe vind je de gegevens van de eigenaar als de makelaar  die niet doorgeeft? Je kan hun adres vinden via het kadaster. Dat kost 1 à 2 euro. En ook heel wat moeite…

Alleen wonen is dus duur, dat is een feit. En arm of ziek zijn is extra ellendig als je alleen bent. Wie zich nauwelijks iets kan veroorloven, vereenzaamt, raakt geïsoleerd en komt zo in een vicieuze cirkel terecht. Vooral oudere alleenwoners lopen een hoger risico op sociaal isolement en ook in deze groep vind je meer vrouwen.

Alleenwoners maken zich vaak zorgen over later. Vooral de vragen of ze zullen kunnen rondkomen met één pensioen en wie er voor hen zal zorgen houden hen bezig. In Nederland  bijvoorbeeld werd het zorgverlof in 2014 uitgebreid naar “iemand die werkt en tegelijk voor een zieke vriend of bekende zorgt”. In België kan je enkel zorgverlof nemen om je te ontfermen over een zwaar ziek gezins- of familielid (tot de tweede graad). Waarom mag een werkende vriend of nicht niet voor iemand zorgen? Zieke alleenwoners die niet (meer) kunnen terugvallen op familie, moeten dus hopen dat iemand uit hun omgeving bereid is om onbetaald verlof te nemen om hen te verzorgen.

Al sinds 2013  ijver ik voor een ‘singlereflex’. Dat wil zeggen dat men bij  elke nieuwe beleidsmaatregel even stil staat bij het effect daarvan op mensen die alleen wonen. Al jaren dring ik aan op een systematische doorlichting van onze bestaande regelgeving. Op die manier kan men de pijnpunten blootleggen en voorstellen uitwerken om alleenstaanden niet langer te benadelen.

. Het is een goede zaak dat de singletoets nu een breder draagvlak krijgt en door verschillende partijen wordt overgenomen. Het wegwerken van de discriminaties ten opzichte van alleenwonenden moet namelijk  over de partijgrenzen heen  worden aangepakt.

De grootste doorn in het oog van singles zijn de forfaitaire belastingen, die per huishouden en niet per persoon worden betaald. Initiatieven zoals Bart Somers’ Mechelenbon, als compensatie voor de gemeentelijke afvaltaks, of de Brusselse fiscale hervorming van minister Guy Vanhengel tonen alvast de goede weg. Zo schafte het Brussels Gewest de forfaitaire gewestbelasting af, evenals de woonbonus. Deze laatste werd vervangen door een fikse korting op de registratierechten. Dat is eerlijker en beter voor iedereen: een onmiddellijke financiële duw in de rug bij de aankoop van een woning in plaats van een fiscaal voordeel waar je twee jaar op moet wachten.

Maar er is nog heel wat werk aan de winkel. Er is niet alleen het zorgverlof dat ik graag uitgebreid wil zien voor zieke alleenstaanden zonder naaste familie, maar ook  de uren kraamzorg die per kind en niet per ouder zouden moeten toegekend worden. Kraamzorg is geen overbodige luxe de eerste maanden na een bevalling. Mutualiteiten komen tussen in een aantal uren kraamzorg zodat het een betaalbare hulp wordt voor kersverse ouders. Verschillende mutualiteiten kennen echter een pakket kraamzorguren toe per ouder die lid is. Koppels hebben zo recht op het dubbel aantal kraamzorguren. Je zou net verwachten dat alleenstaande mama’s recht zouden hebben op meer uren. Bij hen is er namelijk geen andere ouder met wie ze de zorg kunnen delenn.

Een koppel kan twee keer zoveel ouderschapsverlof opnemen als een alleenstaande ouder. Beide ouders beschikken namelijk over hetzelfde pakket . De alleenstaande mama’s met wie ik contact had vinden dat het pakket  per kind zou moeten worden toegekend en niet per ouder. Elk kind heeft namelijk evenveel recht op een beschikbare ouder.

Eén ding is alvast duidelijk, het klassieke gezin kan niet langer (alleen) fungeren als norm bij het opstellen van regelgeving. Naast het nieuw samengestelde gezin is ook de alleenstaande een realiteit in het België van de 21ste eeuw. Alle studies tonen aan dat deze groep de komende decennia wereldwijd nog fors zal toenemen.