Liesbeth Kennes, mede-oprichter en woordvoerder #WSVO

Veel mensen trekken ten strijde tegen genderongelijkheid en seksisme, toch noemen weinigen zich feminist. Een feminist is nochtans gewoon een m/v die streeft naar gelijkheid van vrouwen en mannen. Daar kan toch niemand tegen zijn?

In 2002 bracht An Nelissen ‘De Vaginamonologen’ voor het eerst op de Vlaamse podia. Deze ode aan de vrouwelijke seksualiteit en schoonheid wordt sinds het najaar van 2015 nieuw leven ingeblazen. Slongs Dievanongs, Nele Goossens en Sandrine Van Handenhoven bewijzen dat comedy weerspannige stereotypes rake klappen kan geven en zowel de maatschappij als de toeschouwers een spiegel kan voorhouden. De monologen stellen de samenleving in gebreke voor het gebrek aan een daadkrachtige aanpak van seksueel geweld, ze duiden de greep van de pornocultuur op het alledaagse leven van vrouwen (de ‘voorgeschreven’ eliminatie van schaamhaar, schaamlipcorrecties, enz.) en gaan topics als vrouwenbesnijdenis niet uit de weg. Toch ontkenden de actrices stellig toen Lieven Van Gils hen vroeg of ze feminist waren. Toegegeven, met adjectieven als ‘fanatiek’ en ‘activistisch’ liet de presentator hen niet veel ruimte om zichzelf te definiëren. Feminisme is niet radicaal, extreem of activistisch – of beter, het is dat niet noodzakelijk. Feministen zijn er in alle maten en gewichten.

Het verbaast me dat we vandaag nog steeds moeten aantonen dat seksisme ook in onze ‘ontwikkelde’ Westerse wereld nog welig tiert. De cijfers liegen er nochtans niet om. Als vrouwen voor dezelfde job 9 à 22 % minder verdienen dan hun mannelijke collega’s, dan is het glazen plafond een hardnekkige realiteit. Als 10 % van de meisjes en 8,5 % van de vrouwen te maken krijgt met (een poging tot) verkrachting, dan kunnen we niet ontkennen dat seksueel geweld een maatschappelijk probleem is.

In oktober stond ik samen met de coauteurs van #seksisme op het podium van het Gentse Theater Tinnenpot om onze feministische bloemlezing wereldkundig te maken. In tien hoofdstukken kaart het boek de relevantie van het feminisme anno 2016 aan. De verwoestende impact van victim blaming op slachtoffers van seksueel geweld, de framing van de vrouw als lustobject in reclame, het hardnekkige glazen plafond, etc. zijn ondanks decennialange strijd nog geen verleden tijd. Toch geeft zoekfunctie Ctrl-F voor ‘feminist’ en ‘feminisme’ maar vijf hits. De auteurs zetten zich – elk op hun eigen manier – in om genderongelijkheid uit de wereld te bannen. Toch heet het boek niet #feminisme.

Feminisme is, aldus Van Dale, “het streven naar gelijke rechten voor vrouwen en mannen”. Het is de strijd tegen de “discriminatie op grond van het geslacht”, de strijd tegen seksisme dus. Maar als seksisme een fabel is, dan is feminisme overbodig. Alledaags seksisme wordt vaak ontkend of banaal genoemd en zij die ertegen strijden, worden de mond gesnoerd, genegeerd en zelfs geïntimideerd. De negatieve beeldvorming en stereotypering van feministen als mannenhaters en humeurige klagers, moedigt andere vrouwen (en mannen!) niet bepaald aan zich als feminist(e) te identificeren.

Ook bij de opstart van Wij spreken voor onszelf, een platform waar overlevers van seksueel geweld hun verhaal doen, was er discussie: moeten we in ons mission statement vermelden dat ons initiatief kadert in het feminisme? Omdat we een zo breed mogelijk publiek willen aanspreken, hebben we beslist van dat niet te doen. En dat bleek een slimme zet want toen we werden gevraagd om het overleg van slachtofferorganisaties op het kabinet Welzijn bij te wonen, vroeg de contactpersoon bevestiging dat wij “toch geen feministen waren?” Stel je voor!

Als je gehoord wil worden, dan is jezelf feminist noemen een dooddoener: de negatieve framing ervan maakt een inhoudelijk debat over maatschappelijke problemen moeilijk. Het is een helse taak om eerst de confrontatie aan te gaan met allerlei stereotypes over feminisme vooraleer het gesprek echt kan beginnen. Het lijkt er dus op dat als je gehoord wil worden, als je genderongelijkheid en seksisme wil aankaarten, je the F-word maar beter vermijdt.

We moeten het gesprek aangaan, vrouwen en mannen, want seksisme treft ons allen.
Kunnen we eens babbelen? Over de loonkloof, over gendergerelateerd geweld, over de combinatie arbeid en gezin, over de ondermaatse maatschappelijke kansen van kansarme vrouwen, over vaders die willen vaderen maar daarbij op muren botsen, over de prenatale gendering van baby’s, over mannen die niet mogen huilen omdat dat ‘verwijfd’ is,… En als we dan babbelen, mag dat dan feminisme heten?