Geertje De Ceuleneer, coördinator Diversiteit VRT

Natuurlijk ben ik een feministe. Uit mededogen met mannen. Niet elke man vindt het zo leuk om gezinshoofd en belangrijkste kostwinner te zijn. Eeuwenlang moest hij zich opofferen in de strijd en als er mensenlevens op het spel staan, wordt hij als laatste gered. Flink moeten zijn, niet huilen, uiteraard houden van wiskunde en voetbal, handig zijn in klusjes, besluitvaardig door het leven gaan. Neen, dames, we moeten die mannen wat ontzien en onze verantwoordelijkheid opnemen.

Mijn moeder heeft me geleerd om feministe te worden. Ze zei me: “Zorg dat je nooit je hand moet ophouden voor huishoudgeld”. Een uitspraak van een vrouw die een flinke dagtaak had aan zes koters. Een loon en vakantiegeld stonden daar niet tegenover. Dat heb ik in mijn oren geknoopt. Ik wou mijn eigen boterham kunnen kopen. Mijn arme vader moest het in zijn eentje bij elkaar verdienen voor acht mensen. Een sabbatjaar zat er uiteraard voor geen van beiden in. Moeders en vaders, hier ligt een belangrijke taak voor u: voed uw kinderen op door het goede voorbeeld te geven. Dat zit hem in kleine dingen: gelijke huishoudklussen, studiekeuze, de kleuren van kleding en speelgoed, en het schrappen van opmerkingen als “dat past niet voor een meisje/jongen”.

Ik ben feministe zoals ik ook masculiniste ben. Ik wil verder kijken dan het geslacht. Er is overigens meer onder de zon dan die twee uitersten op een continuüm. Mensen mogen zelf kiezen hoe ze hun genderrol invullen. Een mens met een geslacht heeft verder ook talenten, aspiraties, een opleiding, familierelaties, een wereldbeeld, een sociaal-economische status, een lichamelijke conditie, een oorsprong en geschiedenis. Dat maakt van vrouwen en mannen mensen. En al die mensen zijn gelijkwaardig. Dat hebben we officieel op wereldschaal op papier gezet. Laten we daar nu ook eens werk van maken en grote en kleine hindernissen wegwerken, hulpmiddelen inzetten waar nodig, tot het goed zit. Het wordt tijd, we zijn al een eind in de eenentwintigste eeuw.

En wat kan ik daar zelf toe bijdragen? Bij de openbare omroep adviseer ik mijn collega’s over de manier waarop mensen in beeld worden gebracht. Weg met de genderstereotypen, tenzij je humor bedrijft.  Wanneer we grappen maken, steken we de draak met de stereotypen. Wanneer we nieuwsprogramma’s maken, willen we de beeldvorming genuanceerd, genderneutraal en evenwichtig. Wij hebben de opdracht de werkelijkheid te weerspiegelen.

En als die werkelijkheid dan een verouderde, scheve situatie betreft? Dan willen we tonen dat daarnaast ook een andere werkelijkheid bestaat. Studeren aan de universiteit? Meer meisjes anno 2016. Hogerop de academische ladder? Hoe langer hoe minder vrouwen. Maar als we die vrouwen aan het woord laten die er wel aan het werk zijn, dan zijn zij rolmodellen die tonen dat academische functies ook voor vrouwen prima passen. Het kan niet dat eenzijdige beeldvorming mensen beknot in hun dromen en verwachtingen, of in hoe ze hun leven willen organiseren. Zo is het toch doodjammer dat mannen hun ouderschapsverlof niet durven aan te vragen omdat het niet past binnen hun bedrijfscultuur. Beelden zijn voorbeelden. Eenzijdige beelden beklijven als vooroordelen en unconscious bias in latere situaties. Zeker in onze dominante beeldcultuur. Daar ligt onze verantwoordelijkheid.

Tot we geen streefcijfers meer nodig hebben, totdat het normaal wordt gevonden dat experts, toppolitici, zakenlui en andere zichtbare functies net zo goed door mannen als door vrouwen worden verbeeld. Tot ze die posities evenwichtig verdeeld bekleden en het niet meer uitmaakt welk geslacht een expert heeft, wanneer die toelichting geeft bij financiën, gezondheid, defensie, wetenschap, onderwijs en justitie. Tot alleen nog competentie telt.