Natascha Clerinx, lokaal bestuurslid Jongsocialisten 

“Bitch moet haar mond leren houden!”.
Niet geheel onverwacht was die uitspraak aan mij gericht. Toegegeven, ik ben geen doetje. Op professioneel maar ook op persoonlijk vlak stel ik hoge eisen aan mezelf en mijn omgeving. Dat gecombineerd met een grote dosis van mijn oma’s koppigheid, zorgt ervoor dat ik niet op mijn mond gevallen ben. “Bitch” is dus zeker geen onverwachte uiting aan mijn adres. Het hoort er zelfs bijna bij wanneer je als vrouw voluit voor je carrière gaat.
Het daaropvolgende compliment van” Lelijke, dikke trut. Geen wonder dat ze geen vent kan krijgen,” deed me toch even de wenkbrauwen fronsen. Ik ken veel kritische mannen, die al evenmin op hun mond gevallen zijn. Zij worden nooit bitches genoemd, eerder de leiders van morgen of de scherpe geesten van de toekomst, efficiënt en dominant. Bovendien zijn ze vaak vaders, liefhebbende partners, behulpzame familieleden of gewoon mensen die voor hun vrienden door het vuur gaan.
Waarom zouden mijn dominantie en intellect dan een probleem moeten vormen voor mijn privé- en professioneel leven?

De dagen erna ging het van kwaad naar erger. Op Twitter werd Kathleen van Brempt met de grond gelijkgemaakt na een debat over de Brexit. Haar stem had blijkbaar een hoog Tel Sell-gehalte. Wat dit met de Brexit te maken heeft, weet ik nog steeds niet. Net zoals ik niet begrijp wat Maggie De Blocks uiterlijk te maken heeft met haar capaciteiten als minister. Of hoe de borstomtrek van Meyrem Almaci iets zegt over haar voorzitterschap van Groen.

Toen ik vanuit de Vrouwenraad de vraag kreeg om een stuk te schrijven voor de blog, had ik dus zeker genoeg inspiratie. Toch heb ik lang vertwijfeld naar een blanco Word-bestand zitten staren. Ik twijfelde. Niet omdat de beweging en haar feministische boodschap me niet aanspreken, maar omdat ik besefte dat ik me nooit voldoende vrouw heb gevoeld om over vrouwenzaken mee te mogen spreken. Het vrouw-zijn is, in onze maatschappij, zo gebonden aan regels dat ik verbaasd ben dat niet meer mensen zich voelen zoals ik.

Als vrouw moet je verlegen zijn maar toch open en spontaan. Lief en flirterig, maar ook serieus. Zedig maar niet preuts, nooit dominant maar wel moederlijk leidend… (voeg hier je eigen contradictorisch gedragskenmerk in).
Ik dacht terug aan de uitspraak die al deze bedenkingen op gang bracht en besefte dat ik nog een heel lijstje heb van zulke uitingen aan mijn adres. Beschrijvingen die me niet alleen zeggen hoe ik een vrouw moet zijn maar ook waarom ik er zeker geen (goede) ben:

  • dikke lelijke trut: ik ben een brede dame, die toen ze puberde te horen kreeg dat ze zich zeker niet mooi mocht kleden. Dikke meisjes horen niet mooi of begeerlijk te zijn. Een echte vrouw zal er dus altijd alles aan doen om niet dik te zijn.
    De waarschijnlijk onweerlegbare argumentatie die de connectie tussen dik en lelijk staaft, alsook deze die de begeerlijkheid van vrouwen verwerkt tot een simpele checklist, hebt u nog van me te goed.
  • lesbisch manwijf: tijdens mijn stages als archeoloog ben ik nogal eens met het pikhouweel aan de slag gegaan. Dit aspect gecombineerd met mijn lichaamsbouw is onlosmakelijk verbonden met mijn seksuele geaardheid, volgens de maatschappij althans. Een dikke in werkschoenen die met een kruiwagen en schop aan de slag gaat? Moet wel op vrouwen vallen, toch? Oh, maar ze heeft een voorliefde voor rode lippenstift en huidverzorging? Dan maar een biseksueel manwijf!
  • bitch: want een echte vrouw mag nooit zeggen waar het op staat of te slim zijn. Dat is niet sympatiek.

Zoveel argumenten tegen mijn status als vrouw, dat kan ik amper weerleggen. Ware het niet dat ze gestoeld zijn op een achterhaald concept: namelijk dat vrouw-zijn en gender in het algemeen door de buitenwereld minutieus gedefinieerd en opgelegd worden.

Toen de Vrouwenraad me vroeg om iets te schrijven voor hun blog, dacht ik dat ik een alledaags betoog tegen seksisme ging voeren. Hoe meer ik nadacht over wat feminisme nu echt voor me betekende, hoe meer ik door kreeg dat de beweging meer is dan de strijd voor gelijkheid tussen mannen en vrouwen alleen. Feminisme is boven alles een vorm van humanisme waarbij gestreefd wordt naar een gelijke behandeling van alle mensen ongeacht hun biologisch geslacht of gender. Ik blijf dus vurig hopen dat de beweging op een dag gewoon overbodig zal zijn. Hopen op een dag dat borsten, vagina of penis niet meer gekoppeld worden aan een opgelegd gedragspatroon.

Er is niks mis met gewoon Natascha zijn. En Natascha kan hard en scherp zijn op professioneel vlak. Maar vervang de woorden efficiënt en dominant niet door het woord bitch, omdat de persoon Natascha toevallig een vrouw is.