Hilde Sabbe, journalist

Gek word ik ervan. Van zo’n vrouw – of man – die beweert: “Ik ben geen feminist”, en vervolgens haarfijn gaat uitleggen waarom zij/hij wel degelijk feminist is. Alsof het een scheldwoord is, een smoezelig etiket waarvan je niet wil dat je het op gekleefd krijgt. Mannen die besmuikt lachend tegen me zeiden :”Ben jij ook zo’n boze mannenhaatster, nou zo zie je er wel niet uit”: zo ben ik er gedurende een paar tientallen jaren ook veel tegengekomen. Terwijl ik het altijd de doodnormaalste zaak ter wereld heb gevonden om feminist te zijn. Even vanzelfsprekend als ademen en eten en slapen. Geen mens is superieur aan de andere, toch? Gelijke rechten en gelijke kansen voor man en vrouw: wie kan daar nu tegen zijn?

Toen ik decennia terug mijn eerste passen zette in de journalistiek, begon elke persconferentie nog steevast met “Geachte heren van de pers”, tot iemand mij opmerkte, de spreker min of meer tersluiks bij de arm greep, en die dan, enigszins gegeneerd, op zijn beurt aarzelend hervatte met “Dame en heren van de pers”. Ik heb politieke redacties zien evolueren van manneneilanden tot vrouwvriendelijker plekken, maar ik heb ook nog de tijd meegemaakt dat die éne vrouw in de politieke redactie het volgende advies meekreeg: “Jij moet een soort Mata Hari worden, onze politici hun diepste geheimen ontfutselen”. En vrouwen, dat was bekend, kwamen alleen in de krant als ze er een beetje goed uitzagen. Of ze nu professor of patiënt waren, deskundige of ooggetuige, “Pakt ze op foto?” was de belangrijkste vraag.

Er is veel veranderd: niemand kijkt nog op van een vrouwelijke hoofdredacteur. Maar wil dat zeggen dat er niks meer te bevechten valt? Helaas. Nog steeds verdienen mannen meer dan vrouwen. Al te vaak is het nog de vrouw die in een kramp schiet als er problemen zijn met kinderopvang/huishouden, al zie ik ook steeds meer betrokken vaders. En ja, de meeste vrouwen zullen zich nog vaker aarzelend afvragen of hun stuk wel een plek op de voorpagina verdient, terwijl mannen dat al in het bureau van de hoofdredacteur staan af te dwingen, maar of feminisme dáár tegen helpt?

Dat feminisme broodnodig is, weet ik als een goede vriendin – jong en beeldschoon – reclame krijgt toegestuurd voor ‘the perfect beach body’. Het wordt zomer en we zullen het geweten hebben. Mannen kunnen straks redelijk ongehinderd met hun bierbuik op het strand, vrouwen slaan massaal aan het sporten, smeren en hongeren. De blik waarmee de maatschappij naar vrouwen kijkt is ongenadig streng geworden. Kwamen wij vroeger nog weg met okselhaar, pukkeltjes en mollige dijen, is strak, glad en slank nu de norm – met een resem aan eetstoornissen tot gevolg. Werk aan de winkel dus.

Feminisme is voortdurend in beweging, en zo hoort het ook. De groeiende aanwezigheid van moslima’s in onze samenleving heeft al voor pittige discussies gezorgd. Moesten we vrouwen er toe aanzetten om hun hoofddoek af te gooien, of bestaat het ware feminisme erin dat je vrouwen de keuze laat? Ik ga voor het laatste. Emancipatie kan nooit een gedwongen proces zijn.
Wat dat betreft kijk ik soms met een zekere scepsis naar een aantal zogezegde voorvechters van vrouwenrechten. Zogezegde voorvechters, omdat zij al te vaak met een soort misplaatste arrogantie tegenover andere culturen laten uitschijnen dat wij hier op het vlak van vrouwenrechten de zaakjes toch maar mooi voor elkaar hebben. Alsof geweld tegenover vrouwen, psychisch, fysiek en seksueel, niet voorkomt in onze westerse maatschappij.
Dat wil niet zeggen dat internationale solidariteit niet belangrijk is. Zoals bijvoorbeeld met de Turkse journaliste die beelden publiceerde van een omstreden rechtszaak en nu zelf tot twintig maanden cel veroordeeld is en uit haar ouderlijke macht werd ontzet. De strijd tegen vrouwenbesnijdenis en kindhuwelijken is belangrijk. Het slechtste wat het feminisme kan doen, is zich terugplooien tot de problemen op één continent, in één soort samenleving.

Ik ben feminist omdat ik geloof in gelijke kansen en gelijke rechten, overal ter wereld. En ja, ook in het recht om géén feminist te zijn. Zolang je als vrouw maar erkent dat het dankzij hen is dat je je eigen bankrekening hebt.