Jozefien Daelemans, hoofdredacteur Charlie Magazine

Ik moet eerlijk zijn, ik noem mezelf nog niet zo heel erg lang feminist. In tegenstelling tot de vele jonge, intelligente en wakkere vrouwen die ik vandaag ontmoet, had ik als twintiger weinig met het woord of de beweging. Er werd toen minder gesproken over het feministisch gedachtengoed dan vandaag.Niet dat er vijftien jaar geleden geen probleem was. Integendeel. Ik kreeg als jonge, werkende vrouw te maken met een boel dingen die we nu onder de noemer #MeToo zouden klasseren. Zo was mijn eerste baas een creep die mailtjes stuurde naar mijn mannelijke collega’s over wat ik die dag aanhad. Maar ook mijn man botste op zijn werk op de grenzen van gendergelijkheid toen we kinderen kregen; de vraag voor ouderschapsverlof werd door zijn baas met veel tegenzin beantwoord. En hoewel mijn man even veel deed in de zorg voor onze kinderen als ik, werd hij hier amper in erkend.

De laatste jaren kwam er gelukkig steeds meer aandacht voor gendergelijkheid. Ik schoolde me bij, leerde over genderhokjes en hoe star ze zijn. Ik kwam meer te weten over structurele ongelijkheid en omarmde het feminisme als antwoord hierop. Omdat ik in de media werk, las ik de rapporten over hoe mannen en vrouwen gerepresenteerd worden in reclame, films en andere media. Zo zijn slechts 24% van alle mensen die aan het woord en in beeld komen in de media zijn vrouwen. En wanneer ze in beeld komen worden ze vaak erg stereotiep gerepresenteerd. Een vrouw is in films vaak niet meer dan de love interest van de hoofdrolspeler met slechts enkele lijnen tekst. Om over reclame nog maar te zwijgen: slechts 3% van de reclame toont vrouwen in leidinggevende rollen, 2% van de spots en advertenties tonen intelligente vrouwen en slechts in 1% mogen vrouwen een keertje een komische rol vervullen. Omgekeerd zie je in reclame amper mannen een luier verversen of een machine was insteken. Terwijl er weinig mannen zijn die deze dingen categoriek niet doen.

Door mijn ervaring als art-director en hoofdredacteur ben ik ervan overtuigd dat de beelden die we elke dag bewust en onbewust in ons opnemen ontzettend veel impact hebben op hoe we naar onszelf kijken. En dat kan zowel een positief als een negatief effect hebben. Studies wijzen keer op keer uit dat onrealistische schoonheidsidealen beperkend werken bij meisjes. Het ondermijnt hun zelfvertrouwen en geeft hen een blijvend gevoel van ‘niet goed genoeg zijn’. Jonge vrouwen hebben moeite met zichzelf te tonen wanneer ze niet volledig aan het perfecte plaatje beantwoorden.

Maar omgekeerd kunnen de juiste rolmodellen ook empoweren. En dat zien we de laatste tijd gelukkig steeds meer. We zien steeds meer films en series met een gebalanceerde cast van mannelijke en vrouwelijke personages. Films met vrouwelijke hoofdrolspelers en goed uitgewerkte vrouwelijke personages doen het ook erg goed aan de kassa. In de top 3 van films die het meeste geld opbrachten in 2017 staan 2 films met een vrouwelijke hoofdrolspelers. Ook de reclame-industrie is in actie geschoten. Met #Unstereotype Alliance, een initiatief dat UN vorig jaar opzette met steun van merken als Unilever, Procter & Gamble en Mattel willen ze kleine en grote ondernemingen wereldwijd overtuigen om af te stappen van beperkende stereotypen.

Natuurlijk zijn films, reclame en media niet voldoende om vrouwen vooruit te helpen in de maatschappij. Daar zijn duidelijk beleidsmaatregelen voor nodig. Ook het vaderschapsverlof uitbreiden gebeurt niet simpelweg door een reclamespotje te maken met een leuke papa. Maar ik geloof dat feminisme werkt als een lappendeken, waarbij we allemaal ons steentje bijdragen om zo tot een groter, mooier geheel te komen.

Het is mijn persoonlijke missie als feministe, bladenmaker en ondernemer om de stemmen die nu onderbelicht zijn, een platform te geven. Om taboes te doorbreken en te tonen hoe het beter kan. Ik wil de mal waarin vrouwen, maar ook mannen, vandaag moeten passen doorbreken en het aanbod van wat zij kunnen en mogen zijn uitbreiden van een light slaatje naar een uitgebreid buffet. We kunnen het fenomeen van ongelijke en onrealistische representatie bekijken als een probleem, maar ik bekijk het liever als een opportuniteit. Er zijn nog zo veel verhalen te vertellen van mensen die vandaag onvoldoende zichtbaar zijn, van vrouwelijke leidinggevenden tot mannelijke zorgverleners. En er is een groot publiek dat zit te wachten om zichzelf terug te zien en eindelijk erkend te worden.