Celia Ledoux

De Spelen zijn voorbij, en ik heb ze heel anders bekeken dit keer. Ik zag vrouwen, overal. Niet die karikaturen van kantklossers op de eindceremonie. ’t Waren geen dienstbare vrouwtjes in typische posities. Ze waren méns. Ze waren ik.

Ik zag de judoka die stoer in haar pak, vlak naast de mat, haar kindje borstvoeding gaf. Als je zelf gevoed hebt, dan kan een andere voedende vrouw eruit zien zoals ze wil: je herkent de pose en de vrouw als jezelf.

Ik zag meer moeders en oma’s medailles winnen dan ooit tevoren, en vond het heerlijk.
Het waren vrouwen die onze maatschappij doorgaans onzichtbaar maakt omwille van hun statuut als ouder of om hun leeftijd. Ze maakten zichzelf zichtbaar op de Spelen: “Ik sta hier, ondanks al jullie verwachtingen.”
Vrouwen maken veel slechtere wiskundetests wanneer hen vooraf wordt verteld dat jongens het beter doen. Met de gangbare verwachtingen van moeders en oudere vrouwen, presteerden deze vrouwen dus bovenmenselijk.

Ik zag wielrenster Kristin Armstrong. U weet intussen al dat ik hou van wielrennen en renners, en Armstrong ontroert me extra. Ze woont verscholen in Idaho, runt een programma voor minderbedeelden in het ziekenhuis en traint zonder glitzy sponsors. Ze sport gewoon. Armstrong is de eerste renner – man of vrouw – die drie keer na mekaar in dezelfde discipline goud wint. Ze werd in Rio 43 jaar. Ik laat even een witregel zodat dat kan indringen.

Een vrouw van 43 die voor de derde opeenvolgende keer kampioene is in haar discipline.

Armstrong zei dat ze andere moeders wil inspireren. Ze heeft een zoontje van zes. Mijn dochter is van hetzelfde jaar. Ik herken haar ambitie en zie waarom ze die heeft.

Vrouwen van een bepaalde leeftijd – en daarmee bedoel ik eigenlijk boven de veertig – bestaan immers niet meer. Zelf ben ik daar nog niet met 38, maar ik zie het om me heen. Of misschien heb ik het niet door, en is die imaginaire lijn van “te oud” al voor me getrokken? (Misschien kan me dat niets schelen, en ga ik gewoon door. Maar leest u gerust verder, zodat u begrijpt waarom.)

Zo gaat het immers met vrouwen.
Gek genoeg mogen we intussen al meningen hebben, maar ouderdom of onaantrekkelijkheid is een hoofdzonde.
Gek, ja.

Is onze maatschappij helemaal betoeterd? Ik vind het helemaal niet raar dat je op een strak lichaam valt – mijn eigen ogen spotten ook al eens een man met goede schouders, strakke heupen en lichte ogen, en ik werk er zelf heus ook aan. Maar dat vrouwen op een bepaald moment niet meer om hun mening worden gevraagd, dat is echt, echt gek.

Bij mannen wordt er van uitgegaan dat zij met de leeftijd een zekere maturiteit vergaren. Vrouwen gaan daarin mee en vergeven hun het ietwat hangende lichaam, de kippennek en de hamsterwangetjes. Die hebben ze veroverd terwijl ze (hopelijk) wijzer werden.
En dat is niet gek.
Om hun wijsheid zie je behoorlijk wat oudere mannen in duiding en praatprogramma’s. In sportmagazines (Jan Mulder), op opiniepagina’s (Rik Van Cauwelaert en Jan Mulder), in columns (Hugo Camps en Jan Mulder) en in het nieuws (oudere heren allerhande en goddank weinig Jan Mulder).

Wat wél gek is: de afwezigheid van oudere vrouwen. Worden die misschien dommer met de jaren? Waar is Annemie Neyts heen, waarom werd Rika De Backer niet uitgenodigd als emeritus, is de enige oudere opiniemaakster echt Mia Doornaert? (terzijde: geen slecht woord over Mia Doornaert, al ware het puur om evenwicht. Geen man zo rechts als zij krijgt evenveel bagger over zich heen. ’t Gaat niet om haar mening an sich, maar om het feit dat ze die als vrouw durft te hébben.)

En for god’s sake: kan elke omroep het eens uit zijn kop halen om nog steeds die oudere presentatrices af te danken en naast de verouderende heren gewoon andere dames te plakken? De enige mensen die nog tv kijken zijn vrouwen boven de dertig. Wil men die echt zo consistent schofferen? Het is niet alleen onmenselijk, het is ook de domste marketing die ik als ex-reclamemaker ooit zag.

Onlangs was er zo’n heel zeldzaam ander moment. Miet Smet zat in De Afspraak. Al die mannen in de studio, hangend aan haar lippen. Zeer ongewoon, want vrouwen worden routineus en statistisch aantoonbaar veel vaker onderbroken, krijgen minder het woord, mogen minder lang en minder vaak praten in debatten. Smet kan dan ook goed spreken, ze heeft klasse in haar manier van doen, en al is haar mening niet altijd de mijne, ik hoor haar graag bezig. Ik vind het ook fijn dat ze al die tijd van een man hield die haar evenknie was, en bijzonder mooi dat ze mekaar uiteindelijk “kregen”. “Zou Martens er hebben gezeten als hij nog niet overleden was?”, vroeg ik me af. Want het ging over de Brexit. Leende Smet de eerbied postuum van hem uit? Want ja hoor, het ging ook over hem, en wat hij hiervan had gevonden.
Maar ze zat er toch maar. En ze praatte. En de jongens luisterden.

Mijn dochter mocht uitzonderlijk opblijven, en ze zag Smet. Ik zag haar kijken, en hoopte dat het besef doordrong dat er naar een vrouw geluisterd kan worden. Ik heb als kind nauwelijks rolmodellen gezien van oudere vrouwen, nauwelijks moeders als opiniemaker of sterk boegbeeld. Vrouwen in films gilden en werden gered. Zelfs toen al had ik er een broertje aan dood. Ik wilde held zijn naast een geliefde. Een heel vrouwelijke nog wel.

Ik verlang er zo naar dat dit mainstream wordt. Voor mijn dochter – en voor mijn zoon.

Weet u wat Armstrong zei, toen haar werd gevraagd waarom ze een comeback had gemaakt na heupproblemen? “Because I can”, antwoordde ze.

Een passend antwoord op het flagrante ontbreken van vrouwen van een ‘bepaalde leeftijd’ en moeders in alle zichtbare takken van media en macht. Waarom we ze nodig hebben? Omdat ze er zijn. Omdat ze het kunnen. Omdat het kan.