Jeroen Vanderstukken, student ingenieurswetenschappen

Nog minstens een jaar ben ik drukbezet met (misschien wel bezeten van?) mijn studie ingenieurswetenschappen aan de KULeuven. De slogan van onze universiteit is: ‘Ontdek de wereld, begin bij jezelf.’ En mijn professor systeemtheorie neemt dat graag letterlijk. Hij wil van zijn studenten ‘mensen van de wereld’ maken.Aan de vooravond van zijn academische loopbaan, zo gaf hij ons onlangs toe, nam hij zichzelf voor om zijn studenten niet enkel wiskunde, maar des te meer algemene cultuur bij te brengen. Want al te vaak is de perceptie van een ingenieur die van een technofiele, met weinig inlevingsvermogen, droogstoppel.En daar moeten we vanaf. Zelf gaat de prof in kwestie niet zelden uit eten met grote denkers, om over filosofisch en actueel getinte thema’s te debatteren bij de pasta, en te glunderen wanneer hun verbazing groot is als hij tijdens het dessert opbiecht een ingenieur te zijn.

Quam magna admiratio – nog groter zou allicht hun verbazing zijn, moest onze prof een vrouw zijn. We kunnen er immers niet om heen. De ingenieur is een droogstoppel. En de schrijnend slechte balans tussen jongens en meisjes die zich inschrijven in het eerste bachelorjaar (volgens Veto gemiddeld 4:1 in het afgelopen decennium) doet er geen goed aan. Maar veel erger nog dan de eenzijdigheid van het ingenieursberoep, is de kans die veel intelligente vrouwen hierdoor missen. Waarom zouden zij immers minder geschikt zijn voor het ‘harde’ beroep? Waar je in het eerste semester al goed je best moet doen om een meisje in de aula te vinden, zijn ze relatief gezien al heel wat beter vertegenwoordigd na de eerste afvalronde in januari. Zij die de sprong wagen, doen dat met verve! Nochtans wordt de verhouding er na het verlaten van de schoolbanken niet beter op. Slechts 11 % van de technische functies in private ondernemingen wordt ingenomen door een vrouw (Dow Jones Venture Source 2012).

Als je ’t mij vraagt, ligt de oorzaak grotendeels in de wortels van onze samenleving. De tijd waarin de bestemming van de vrouw zich steevast beperkte tot de was en de plas behoort nu gelukkig definitief tot het verleden. Maar dat verleden laat nog steeds z’n sporen na. Misschien zijn meisjes intrinsiek minder geïnteresseerd in STEM (Science, Technology, Engineering and Mathematics). Wie zal het zeggen? Maar je STEM laten horen, als je elke dag impliciet of expliciet opvangt ‘dat dat toch echt niets voor meisjes is’ – vanzelfsprekend is het niet. Google vroeg zich enkele jaren geleden af waarom vrijwillige kandidaturen voor promoties zo weinig vrouwenhanden omhoog deden gaan, zo bericht The Washington Post. De datagigant spitte het uit en kwam tot twee bevindingen.

  1. Vrouwen steken hun hand minder snel op om een wiskundevraag te beantwoorden – ook al halen ze een betere nauwkeurigheid als ze dat wel doen.
  2. Vrouwen delen hun ideeën minder snel in business meetings – ook al zijn waarnemers het erover eens dat hun ideeën die van hun mannelijke collega’s vaak overstijgen.

Sindsdien begint Google de oproepen tot promoties met de uitslagen van dit onderzoek. Het vertrouwen groeide, en het aantal vrouwen dat promotie maakte was groter dan het aantal mannen. Het duwtje in de rug was nodig. En we moeten blijven duwen. Niet alleen om meer meisjes in ‘harde’ studierichtingen te krijgen. Ook om jongens de kans te geven om voluit te durven kiezen voor een zogenoemde ‘zachte’ richting.

Daarom ben ik beslist feminist.

Dossier Vrouwenraad ‘Gender en Onderwijs’