Celia Ledoux

Rio 2016. Sinds Greg Van Avermaet en Fabian Cancellara kunnen deze Spelen voor mij niet meer stuk. Gooi er nog wat turners in, en ik vergeef 2016 alle regen in juli. Alleen moet je die besprekingen en commentaren erbij nemen. Daar heeft een mens moeite mee. Deze Spelen viel op dat bij mannen woorden vallen als sterk, held, moedig, winnaar. Vrouwen worden beschreven als moeder, mooi, emotioneel, of met hun leeftijd. Je zal maar 4 jaar keihard pijnlijke training doorstaan om een emo jonge moeder te worden genoemd, terwijl je huilende mannelijke tegenvoeter de held is.

De Amerikaanse turnsters zagen er zo blij uit dat ze “in een shopping mall hadden kunnen staan” (word je daar blij?), Katinka Hosszu’s record was zogezegd te danken aan haar echtgenoot/trainer, en ze zwom als een man. Op Twitter kreeg Annemiek van Vleuten het commentaar “First lessen in bicycling, keep your bike steady…whether fast or slow.” Wellicht van iemand die ze binnen de 4 seconden uit het zicht rijdt.

Je kan blijven voorbeelden geven van opmerkingen die het seksistisch rood in knallen, binnen en buiten de commentaarstemmen.

We hebben het nog niet over hoeveel die atletenlichamen beoordeeld worden, over de herhalingen in beachvolley die exact die hoek uitmeten. Weet u: dat er in beachvolley of elders naar vrouwenlichamen wordt gekeken, daar kan ik best mee om. Wij kijken die hele Spelen lang naar lichamen als kathedralen. Dat je diep in jezelf wegdroomt bij een torso, een arm of een stel billen, is niet zo gek. Wat objectificatie heb je best nodig als je relaties tussen mensen wil, want diepte, intellectualiteit en egalitarisme is tof, maar brengt je nergens in verleiding en aantrekking.  De mens is seksueel, en daar vind ik niets mis mee. In sport gaat objectificatie over de gendergrenzen heen, dat heeft iets egalitairs.

Kortweg: als een lichaam geëtaleerd wordt, dwaalt je brein misschien wel af, en dat maakt niemand een seksist.

Wel een bewuste keuze is dat sportmedia het zo in de verf zetten. Eentje die niet hoort, die bovendien uitgemolken is en een beetje plaatsvervangend beschamend. Een sportzender is er voor de prestaties, niet voor het vlees. Combineer die beelden dat met die mondelinge commentaar van prille maagd tot moederke en bitch tot trutje… dat is toch negentiende-eeuws? Ik Wanneer commentatoren met evenveel gusto en voorspelbaarheid richting open deuren springen zoals een peuter naar een modderpuddel, verwacht je meer van je media.

Van meer gesproken. In reactie op de vreemde commentaren wordt media onder de hashtag #askhermore gevraagd om vrouwelijke atleten verder en diepere vragen te stellen dan de – letterlijke – huis-, baby- en keukenvragen. More.

Meer? Het moet eigenlijk niet meer zijn. Het mag gewoon stoppen. Met de baby’s en het uiterlijk van atleten heeft een sportprogramma weinig uitstaans. Vraag naar hun prestaties. Dat doe je bij de mannen toch ook gewoon? Bij mannelijke wielrenners dan weer, ben ik altijd verbluft hoe en-passant die felicitaties over hun nieuwe baby’s klinken. Zo van “obligate hoera gepasseerd, nu naar de hoofdzaak: hoe voelde die col daarnet?” Terwijl die mannen zelf blinken van trots over hun spruit. Het mag gewoon #tothepoint zijn bij de vrouwen – en misschien iets minder bij de mannen?

Sportsters zitten in het oog van de storm, maar de Spelen spiegelen gewoon onze dagelijkse maatschappij. Het lichaam van de vrouw is vaak een soort handicap. Op de werkvloer is ze te sexy of te mannelijk, een bitch of aseksueel, haar man ligt vast onder de sloef. Ze komt niet verder omdat ze met haar uiterlijk bezig is, het verwaarloost, of zich kleedt als een man (terwijl zo’n pak best lekker zit). Winnen kan je niet: het lichaam en de bijhorende vooroordelen is een (té) groot onderwerp, en daarmee leidt het af van de prestaties.

In politiek moet een man al een vreselijk kapsel of een sterk uitgesproken fysieke trek hebben voordat het opgemerkt wordt. Grappen blijven meestal beperkt, de discussie draait rond zijn thema’s en strategie. Zijn garderobe en lichaamskeuzes zijn nauwelijks een topic en er worden weinig beleidskeuzes uit gedestilleerd. Een politica kan geen uiterlijke keuzes maken zonder een aantal opmerkingen. Haar uiterlijk wordt noodgedwongen besproken, en die tijd gaat af van inhoudelijke discussies.

Zelfs in mijn lezingen over emancipatorische issues komt de vraag vaak. Bijna altijd van mannen. Vrouwen of anderen buiten het klassiek mannelijke spectrum valt, stellen ze niet. “Maar u heeft toch makkelijk praten, u ziet eruit zoals de normen voorschrijven!?” Nu valt dat nogal mee, maar ik geniet inderdaad van hakken, pakjes en lang haar. Stereotiep? Misschien. Maar de grap is: de normen maken het voor niemand makkelijk. Of je erin valt of niet, uiterlijk en de vrouwelijke stereotypes zijn altijd een onderwerp. Het is niet dat de juiste weg smal is, hij bestaat niet. De normen voor uiterlijk schrijven zoveel voor, dringen zoveel weg, zijn zo pluri-interpretabel, dat ze lijken op buikvet: het is er, het is moeilijk weg te werken, het beknelt je en het houdt allerlei risico’s in.

Dit blijft sinds Gloria Steinems infiltratie in de playboy-mansion, over de Beauty Myth van Naomi Wolf een thema, tot de Spelen vandaag. Tot elke dag. Elke dag zegt het lichaam van een vrouw blijkbaar nog steeds: dit is een object, een moeder, dit is oud of jong.
Terwijl het gewoon een vrouw is, in al haar geschakeerde falen en glorie.
Hoe je daaraan ontsnapt? Pittig vraagstuk. Laten we maar beginnen met ironie, en kijken waar we eindigen.