Bieke Purnelle, journalist – directeur RoSa

Of ik eens kon neerpennen waarom ik mezelf feminist durf noemen, in een slordige 600 woorden. Natuurlijk kon ik dat, antwoordde ik onversaagd en zelfzeker. Hoe langer ik erover nadacht, hoe onzinniger de vraag mij leek. Waarom geen anti-feministen vragen waarom ze het niet (willen) zijn? Waarom niet vragen wat mensen ervan weerhoudt gelijke rechten te bepleiten? Zou dat niet stukken interessanter zijn?Maar kijk, plots leek het alsof de muzen mijn roep om inspiratie hadden gehoord en mij gewillig tegemoet snelden, in de vorm van een handjevol ontstellende quotes en nieuws dat deed zuchten. Van “Tja, is dat niet vanzelfsprekend?” tot “Oh hemel, waar te beginnen?” in anderhalve dag.

Eerst bereikte ons het nieuws dat een Brits bedrijf haar vrouwelijke werknemers een dresscode oplegt die hen dwingt op hoge hakken te lopen tijdens de werkuren. Een net aangeworven medewerkster draafde de eerste dag op in een paar keurige platte ballerina’s. Dat bleek niet te mogen. Hakken moesten het zijn, al wist niemand waarom en liepen mannelijke collega’s gewoon comfortabel op platte schoenen. Al snel deden op sociale media foto’s de ronde waarop vrouwelijke werknemers hun bloedende en misvormde voeten toonden naast de pumps waarin ze hun job moeten uitvoeren. Verhalen over pijn, rug- en bekkenklachten volgden. Media lanceerden polls met de vraag wat hun lezers ervan vonden, van de hele hakkenrel. Een poll godbetert. Alsof dit soort regels niet doodgewoon strijdig zijn met de mensenrechten. Alsof niet zelfs een kind kon bedenken dat hier gewoon sprake is van onversneden ongelijkheid.

Een halve dag later konden we lezen hoe vrouwelijke CEO’s denken over vrouwen aan de top. Die gegeerde top levert niet altijd een fraai plaatje op. Niet omdat er al eens een verdwaalde vrouw rondwaart, maar wellicht omdat de top sneller in zicht komt voor wie eigenschappen als empathie en solidariteit wat makkelijker afschudt. De dames die het glazen plafond hadden doorbroken vertelden hoe ze daarin waren geslaagd. Je zou denken dat ze daar decennia vrouwenstrijd en feminisme voor wilden bedanken. Helaas. Het historische besef en het geheugen van de topdames liet helaas te wensen over. Wel lazen we boutades alla “Verandering komt het snelst als je er zelf aan deelneemt”,  “Dat vrouwen wel degelijk kansen krijgen, daarvan ben ik het levende bewijs” en “Ik ben tegen quota. Er zijn nu eenmaal te weinig vrouwelijke bestuurders met voldoende ervaring”. Kortom: gewoon meedoen, meisjes. Dan gaat de rest vanzelf. Als je talent hebt tenminste. Wie niet mag meedoen heeft dat dus aan zichzelf te wijten of is gewoon niet goed genoeg. Een slordige eeuw vrouwenstrijd van de onderhandeltafel geveegd in een paar wereldvreemde quotes. Onderzoek en feiten over blindevlekkenbeleid en quota – die overigens wel degelijk werken als hefboom – bleken niet ter zake te doen.

Als kers op de taart bleek de voorzitter van Open VLD van mening dat het bevallingsverlof langer is dan medisch noodzakelijk, en dat er van die schamele 15 weken die een kersverse moeder krijgt om een band op te bouwen met haar kind gerust nog wat af kan, zodat papa ook kan bonden en zorgen. Wellicht had ze de impact van die weinig doordachte woorden wat onderschat. Mevrouw Rutten werd virtueel belaagd door tal van boze moeders, die hun dagelijkse worsteling met tijd, kind en betaald en onbetaald werk geridiculiseerd en geminimaliseerd zagen, een worsteling waarover ruim voldoende onderzoek voorhanden is. Ik werd spontaan overvallen door herinneringen aan chronisch en kwellend slaapgebrek, aan ’s nachts wanhopig rondjes lopen met een gillend kind in de wetenschap dat de wekker op 07.00u stond, aan het snotterend afstaan van een paniekerig huilende baby aan een zakelijke verzorgster, aan vergaderingen die tot 18u30 duurden terwijl mijn borstgevoede kind thuis hongerig op me wachtte en hoe mijn traanklieren en borsten lekten bij die gedachte.

Natuurlijk willen we dat vaders en partners meezorgen. Dat maak je mogelijk door hen ook hechtings- en zorgtijd te geven, niet door die tijd af te knabbelen van de schamele brok die moeders krijgen.

Elk nieuwsfeit bleek een symptoom en een illustratief voorbeeld van het feit dat bevochten rechten nooit verworven zijn, maar altijd opnieuw te verdedigen; dat sommigen wat minder luid zouden moeten roepen dat mannen en vrouwen gelijk zijn in het verlichte westen, waar we blij moeten zijn dat we niet besneden worden en mogen studeren, werken en een auto besturen; dat de weg naar echte gelijkheid nog ver en bochtig voor ons uit kronkelt.

U vroeg waarom ik mezelf beslist feminist noem? Om al deze en talloze andere schijnbare steekvlammetjes, die veel meer zeggen dan we willen toegeven.