Anaïs Langbeen, auteur op Charlie magazine

Het is pas wanneer ik mezelf zie als één met een groep vrouwen, dat ik mijn eigen identiteit helder zie. Tegelijk leer ik dat ik niet zo belangrijk ben: mijn mening is maar één van de vele. De kracht die erin ligt, zit in de dialoog die ze oproept. Daardoor leef ik me in een ander in, maar kom ik tegelijk bij mijn eigen diepste kern. Hoe ik de samenleving ervaar is uiterst persoonlijk, maar dankzij feminisme leerde ik dat andere mensen in dezelfde context dezelfde emoties ervaren.Vaak zijn dat negatieve emoties die we verstoppen in het openbaar, omdat we hebben geleerd dat we niet zwak mogen zijn. Soms verstoppen we ze voor onszelf, omdat we niet goed begrijpen waar ze vandaan komen. Feminisme bood me de woorden om die emoties te linken aan gewoonten en gebruiken in de samenleving die we allemaal voor lief nemen, of soms zelfs niet opmerken. Feminisme gaf me het inzicht dat deze gewoonten en gebruiken deel zijn van een machtsstructuur die vaak maar één groep ten goede komt.

Dit is het besef dat het persoonlijke politiek is. Ik weet niet meer wanneer ik voor het eerst begreep wat dat écht betekent. Ik weet wel dat het een realisatie is die me keer op keer overkomt. Want de dagelijkse praktijk van het feminisme is veel denkwerk. Eens je je bewust bent van de verschillende behandeling van vrouwen en mannen (en alles daartussen of daarbuiten), kan je je genderkritische bril in elke situatie opzetten. Ook wanneer je daarbij oncomfortabele dingen realiseert over jezelf. Ik kan wel zeggen dat ik mijn benen scheer uit eigen keuze, omdat ik dat mooier vind, omdat de haartjes anders blijven haperen als ik kousenbroeken aandoe, of omdat ik hou van een gladde huid. Maar ik weet ook dat esthetische voorkeuren helemaal niet zo persoonlijk zijn als ik zou willen.

Wanneer ik spreek over ‘het feminisme,’ dan bedoel ik niet één bepaalde theorie of beweging. Is het toeval dat zowel feminisme als literatuur vragen dat je je in een ander inleeft, en tegelijk ruimte laat voor eigen interpretatie? Misschien. In ieder geval heb ik altijd van verhalen gehouden en ben ik ervan overtuigd dat ik dankzij literatuur een nieuwe blik op de wereld gekregen, een blik die door mijn opvoeding reeds voorgevormd was, maar door te lezen duidelijker afgelijnd werd. Ik ging vaak expliciet op zoek naar boeken met vrouwelijke hoofdpersonages – in een tijd waarin het genre ‘young adult’ nog nét niet was opgekomen en in een bibliotheek die maar sporadisch aangevuld werd niet supermakkelijk. Joyce Carol Oates was één van mijn favorieten. Zij schrijft vooral boeken voor volwassenen en maakte een sprongetje naar jeugdliteratuur. En gelukkig maar, want toen ik de jeugdsectie ontgroeide, had ik het moeilijk met boeken te vinden. Toen greep ik naar haar romans, waarin ze de vrouwelijke beleving van de twintigste-eeuwse maatschappij zo beschrijft, dat je niet anders kan dan er vragen bij stellen. Ze gaat ook vaak in op ras- en klassekwesties. Via een vriendin kwam ik ook terecht bij Jane Austen en de Brontës. Ondanks hun reputatie als vrouwenliteratuur, is dit leesvoer voor iedereen: de sociale en politieke wereld in de negentiende eeuw was erg verstikkend voor vrouwen. Het is belangrijk dat niet alléén vrouwen zich daarvan bewust zijn.

Dankzij deze en andere verhalen heb ik een mentale feministische bibliotheek ontdekt waarin ik kan ronddwalen op zoek naar verschillende standpunten. Ik kan me een standpunt eigen maken, of ik kan er in bladeren en het weer terugzetten.

Suzanne Witcher – The Fool Reversed

Een jeugdboek over een voor haar leeftijd matuur pubermeisje dat een relatie begint met een oudere man. Ze leert via hem de kunstwereld kennen, maar wordt dan door iemand in zijn kringen aangerand. Het hoofdpersonage gaat bewust op zoek naar doordringende ervaringen. De oudere man wordt gecontrasteerd met de jongere vriend van het hoofdpersonage.

Joyce Carol Oates – Black Girl/White Girl

Een historica gaat een tiental jaar na de feiten op zoek wat er met haar roommate op de universiteit is gebeurd toen ze opeens verdween – maar het verhaal draait anders uit. De roman biedt een blik op racisme in de VS en het leven van ex-hippies.

Catherine Chanter – The Well

In een niet nader benoemde toekomst is er een groot watertekort over de hele wereld: het regent niet meer. Een vrouw van middelbare leeftijd wordt opgesloten en bewaakt in haar eigen huis op het platteland … de enige plaats in het land waar het wél nog lijkt te regenen. Moederschap, seksueel geweld en het idee van de band tussen vrouwelijkheid en de natuur komen aan bod.

Anne Brontë – The Tenant of Wildfell Hall

Een roman over huiselijk geweld, wat niet alleen in de negentiende eeuw maar ook nu nog een groot taboe is. Vertelt vanuit een mannelijk perspectief: niet de gewelddadige echtgenoot, maar een jonge man die geïnteresseerd is in de vrouw die met haar zoontje pas in het dorp is komen wonen en een geïsoleerd bestaan leeft. Hij krijgt haar dagboek te lezen en komt zo te weten wat ze heeft meegemaakt.