Celia Ledoux

Dit is een tekst over vrouwenlichamen. Die zijn nooit goed. Ook deze tekst zal u nooit goed vinden.  Hij zit niet in één van die twee gebetonneerde kampen, waarin deze loopgravenoorlog zich heeft vastgemetseld.

Het gaat ‘m om de sluier.
Zo wordt hij genoemd. Hij komt in duizend varianten. Gezichtsbedekkend, klein, lang, los, strikt, hip. Sommige meisjes hebben een tulbandje, waarvan ik me steeds afvraag hoe ze ‘m gedaan krijgen. Hij lijkt me zo flatterend op dagen dat mijn haar slecht ligt. Sommige meisjes hebben plooien rond hun gezicht waarvan het duidelijk is dat ze niet dienen om de aandacht van hun schoonheid af te leiden, maar ‘m daar regelrecht te leggen via nauwgezet gevolgde youtube-filmpjes. Ik heb de indruk dat het soms één groot spel is.
De mens, waardanook: één pot nat.

U denkt nu misschien dat ik fan ben van de sluier. Terwijl ik de traditionele symboliek eromheen begrijp als: verleid een man niet, bedek je derhalve. Trek het stippellijntje van zo”n verplichting twee centimeter verder en je zit “wat had je aan?” te vragen na een verkrachting. Rape culture is van alle tijden, en soms zit het in een kledingstuk. Ik mag er niet aan denken om een sluier te dragen.

Ook die uitleg is weer te rechtlijnig. Gezichtsbedekking nog buiten beschouwing gelaten – dat is weer een andere doos van Pandora – dragen vrouwen om allerlei redenen de sluier. Hen wordt zelden iets gevraagd. Naar aanleiding van de beslissing van het Europees Gerechtshof is er zo gezeurd over het dragen van een sluier op zich en gepraat boven de hoofden van zoveel vrouwen, dat zelfs ik er bijna eentje had opgezet. Boven mijn hakken en kokerrok. Als geluidsdemper over mensen die zich met vrouwenkeuzes lopen te bemoeien.

Keuzes? Wacht eens?

Ja, weer nuance. Ik zei al dat u het niet goed zou vinden. Er is zeker een probleem met meisjes en vrouwen die verwacht worden zichzelf te bedekken of het als verplichting op zich af krijgen. Zij worden erg vaak aangehaald om sluiers te verbieden.

Maar het gaat hem dan eigenlijk niet om de sluier. Het gaat om bedekking, en zelfs die is symbolisch. In grootsteden merk je een heel antagonistische beweging. Een impliciete straatcode enerzijds, die vrouwen in hokjes verdeelt naarmate ze zich bedekken. Die heb je trouwens bij elke cultuur. Je moet maar eens in een iets kortere rok – niet extreem – in een Vlaams dorp lopen. Elke cultuur heeft normen, en de Vlaamse neigen soms haar het Italiaanse.
Dat dat zo is, spreekt niet vrij dat het in de grootstad vaak ook zo is. Loop in Anderlecht: er is een heel goede kans dat je daar geen centje pijn hebt en niet wordt nageroepen. Maar het kan ook heel anders lopen. Je kan om je roklengte, je uitzicht worden veroordeeld; impliciet, door blikken, roepen, soms door handelingen. Dat is keihard. Zelfs prepuberale meisjes moeten eraan geloven.
De boodschap kan je vaak niet eens verwoorden zonder er hard en lang over na te denken, wat je vermijdt. Uiteindelijk komt die neer op: jouw lichaam is niet genoeg met stof bedekt om te respecteren. Meer stof= moreel goed. Minder stof= slechte vrouw. En eentje die je mag gebruiken. Handig toch?
Het lijkt de fifties wel. En de fifties hadden heel kwalijke kantjes voor vrouwen.

Maar je ziet, aan de andere kant van dat antagonisme, vrouwen van allerlei origines en afkomsten die zich bevrijden. Soms passeert dat langs de sluier. Als je mag werken mét sluier, is het dan echt een goed idee om hem te verbieden?
Nee, roept de tegenpartij: in die logica moet je niet stappen! Je moet die meisjes beschermen. Ze moeten een stem krijgen.
Op zich vind ik dat prima, vrouwenrechten verdedigen. Maar al jaren hoor ik dat roepen, en nog nooit heb ik die kant van het debat iets anders zien doen dan roepen. Ze maken van vrouwen met een werkelijk heel groot probleem hebben, moreel kanonnenvoer. Verder laten ze ze gaarkoken in hun sop.

Maakt de andere partij me vrolijker? Die vergoelijkingen genre “ja maar, zo was het bij ons in de jaren ’50”. Ja doei: groei maar eens op “bij ons in de jaren ’50” als vrouw. Verkrachting is je eigen schuld. Oudste dochters mochten hun toekomst vaak vergeten. Ongehuwd zwangere vrouwen al helemaal; ze werden in kloosters gestopt en soms hun baby afgepakt. Niet of nauwelijks studeren, niet of nauwelijks betaald werk, geen stemrecht en geslagen of verkracht worden door je man hoort erbij. Je man die je voogd is, trouwens, want dat neemt hij van je vader over.
Dat is niets om als vergoelijkend argument te gebruiken, en laat vrouwen onder dwang mooi in de kou staan. Zij hebben aan geen van die morele monolitische partijen aan weerskanten absoluut niets.

Als je kiest voor een sluier, is het ook niet goed. Je verraadt vrouwen, je vrouwelijkheid, je stelt je buiten een cultuur. Je sluit je vrijwillig op, je weet niet wat je doet. Je kàn niet voor een sluier kiezen.
Het enorme debat kan je zien als een botsing van culturen, maar het spijt me: al die argumenten komen me te bekend voor. Dezelfde argumenten gebruikte mijn katholieke school over rokken boven de knie. (Drie keer raden wat ik nog steeds graag draag.) Van “zou niet mogen” over niet-besef toedichten aan een vrouw, tot de sociale gevolgen van wat een vrouw aantrekt. Trek iets aan, en samenlevingen kruimelen in mekaar. Al die argumenten, over welk kledingstuk of welke houding ze ook geen, komen op hetzelfde neer: een vrouwenlichaam beïnvloedt een ander, en zij is verantwoordelijk voor die invloed.

Gedeeltelijk klopt dat. Het is lente, en iedereen loopt die invloed te ervaren. Ik herinner me nog hoe ik na vijf jaar internaat en twaalf jaar in een ongemengde uniformschool tussen de jongens terecht kwam. Eentje had brede schouders, slanke heupen… Ik zat wel én niet graag achter hem in de aula. Ik heb me wel nooit afgevraagd waarom hij zijn nek niet bedekte zodat ik niet afgeleid werd. Hij heeft ook geen grote indruk op me achtergelaten. Ik herinner me alleen, dit schrijvend, dat ik die afleiding vanzelfsprekend als mijn eigen verantwoordelijkheid zag. Soms beïnvloeden lichamen me met andere gevoelens dan aantrekking. Je wenst wel eens dat iemand méér aantrok. Maar ogen zijn wendbaar. Zo lang iemand zich niet zo (on)bedekt laat dat de wet het aanvecht, kunnen we wegkijken, accepteren of nog iets anders inventiefs doen wat de ander in zijn integriteit laat.
Nu is er een stuk wet bijgemetseld. De wet wordt gemaakt zoals de koterij van de Vlaming. We bouwen er hokjes aan en hopen dat het eindbouwsel lijkt op het soort kathedraal dat we ons wensten.

Het is lente, en binnenkort is weer ergens een rok te lang of te kort voor school. Ik vind kledingreglementen niet gek op school. Toen ik klein was, had ik Milletjassen graag verboden gezien: die krengen zorgden voor discriminatie van iedereen die ze niet kon betalen. Een kledingreglement vind ik niet gek. Kleding is versiering en code.
De grap is dat in dit soort codes nog steeds de overwegingen bloeden die we sluiers verwijten. Een kledingreglement geeft een vrouw vaak de verantwoordelijkheid geeft over de invloed die een ander over haar lichaam ervaart. Een interpretatie van wat ze zou hebben bedoeld, die soms de werkelijkheid overlapt en er soms compleet naast ligt. De spullen die je halfslapend aantrekt, terwijl je probeert de ene juiste te kiezen van de duizend vermommingen van een vrouw, daarmee proberen we blijkbaar de beschaving aan het wankelen te brengen. Wat een verantwoordelijkheid.

Jammer eigenlijk. Een lichaam is zo mooi. ’t Is best prettig om het te versieren.