Bieke Machiels, Fedasil

Hoe vreemd om op twitter de hashtag #feminismisevil te zien als trending! Hoe kan opkomen voor vrouwenrechten kwaadaardig zijn? Vanwaar die negatieve beeldvorming over feminisme die onderhavig initiatief van de Vrouwenraad noodzakelijk maakt? Toch bizar dat men met zo’n hashtag zowel verworven vrouwenrechten als de lacunes die er bestaan, in de vuilbak kiepert.  Want dat is feminisme voor mij, simpelweg opkomen voor vrouwenrechten. Hebben vrouwen het goed, dan de rest van de samenleving meestal ook.Ik ben een feministe. Ik heb nooit ergens in tuinbroek op een barricade met mijn beha staan zwaaien. Ik heb wel het, soms bedenkelijke, genoegen gehad om in mijn loopbaan geregeld op directe of indirecte wijze met schending van vrouwenrechten in aanraking te komen.

Net afgestudeerd en voor de klas in Zimbabwe, waar een tienerzwangerschap als verzekeringspolis geldt wanneer het met de schoolresultaten wat minder gaat en sugar daddies in dure wagens jonge meisjes aan de schoolpoorten verleiden met donuts en een perm bij de kapper. Waar meisjes die verder willen na het lager onderwijs in een plattelandsschooltje als gratis huishoudhulpje bij familie in de stad terechtkomen, en nog snel voor de lessen de was doen om dan in de klas in slaap te vallen. Waar vrouwen de leeftijd van 40 niet halen omdat aids er lelijk huishoudt en redelijk genderblind is, in tegenstelling tot de rest van de maatschappij. Waar een echtgenoot een verklaring onder ede opstelt om te bevestigen dat zijn vrouw de waarheid spreekt. Waar een vrouw terechtstond omdat ze haar huishoudster zou hebben aangezet tot het doden van haar baby voor de verkoop van de lichaamsdelen. En waar ik de rechtbank niet binnen mocht omdat ik niet fatsoenlijk gekleed was terwijl de mannen mij in vuile en gescheurde kleren voorbijliepen – ik droeg namelijk een broek.  Maar waar ook tal van moedige vrouwen en mannen zich inzetten voor vrouwenrechten, vaak ten koste van hun persoonlijke veiligheid en vrijheid. Ik zag één van mijn oud-leerlingen – intussen een fotojournaliste – in het nieuws tijdens betogingen in Harare: ze mogen mij opsluiten, riep ze naar de internationale pers, maar van mijn camera blijven ze af! Hoewel de blote borsten van FEMEN me weinig lijken bij te brengen, is het zo’n ontzettend privilege in onze Belgische samenleving om zo openlijk op allerlei manieren onze mening te kunnen geven en van onze rechten te kunnen genieten. Je moet toch wel al eens als het ware aan den lijve ondervonden hebben wat het is om dat niet kunnen, om het werkelijk te waarderen.

Maar niet enkel in exotische contreien zijn vrouwenrechten a work in progress. Ik werk reeds tien jaar mee aan het opvangbeleid voor asielzoekers. Vrouwen op de vlucht nemen een stapeltje morning-afterpillen mee voor onderweg. Hoe veelzeggend is dat ene zinnetje over een praktijk bij bepaalde migrerende vrouwen wel niet: “op alles voorbereid zijn, inclusief de mogelijke verkrachtingen onderweg”. En toch vertrekken, en toch doorzetten.  In ons land is er geen mensenhandel, vertelde een Europese collega me, een Roma-hoer kost €5, dan is import van vrouwen financieel niet interessant. Daar sta je dan, met je richtlijnen en good practices guide.

Moet het vandaag werkelijk nog beargumenteerd worden dat vrouwen zich niet veilig voelen wanneer ze een slaapruimte met vreemde mannen moeten delen? Wanneer hun slaapkamerdeur niet op slot kan? Wanneer ze ’s nachts naar een ander slecht verlicht gebouw naar het toilet moeten? Dat zonder kinderopvang vrouwen veel minder kunnen deelnemen aan activiteiten? Dat iets eenvoudigs als zelf kunnen koken zo belangrijk is op zoveel niveaus, zelf voor de familie zorgen, zelf bepalen wat er op tafel komt, een stukje herkomstland in ere houden. Dat uiting geven aan onze verontwaardiging een begin is, maar dat daden, en concrete maatregelen, nog altijd luider spreken dan woorden?

Even stilstaan bij het beleid, wat betekent deze maatregel nu voor vrouwen, hoe zal het hun toegang tot dienstverlening beïnvloeden, hoe verhogen we hun, en ons, welbevinden? Dat is feminisme voor mij. Want zit het beleid goed voor vrouwen, dan wellicht ook voor de anderen. Geen vrouw die zich dan geen feministe noemt.