Fatma Arikoglu, stafmedewerker Gelijke Kansen ELLA

Deze blog over antifeminisme, racisme en mannenrechten verscheen eerder op diggit magazine

Feministische mannen, die bestaan. En gelukkig maar. Hoe meer stemmen er zijn die een einde willen maken aan genderongelijkheid en andere vormen van ongelijkheid, hoe beter. Volgens sommigen kan de aanwezigheid van mannen in feministische debatten het imago van feminisme ten goede komen. Immers, niet zelden worden feministen afgeschilderd als mannenhaters en als het egoïstisch geslacht dat blind zou zijn voor de ongelijkheid die mannen meemaken. Omgekeerd bestaan ook mannelijke – en vrouwelijke – antifeministen die feminisme openlijk verfoeien en zelf een zogenaamde tegenbeweging aanhangen.

Deze ‘tegenstem’ weerklinkt de laatste jaren steeds luider en ongegeneerd in diverse domeinen en echelons. Sommigen maken zich sterk door een slachtofferrol aan te nemen en de tegenstrever, hier feministen, als een gevaar af te schilderen voor de eigen maatschappelijke positie en zelfs de gehele samenleving. De rollen worden netjes omgedraaid en zo wordt de reële machtsongelijkheid verder in stand gehouden en zelfs vergroot.

Zo beargumenteert journalist en auteur van het boek ‘Stand by your manhood’ Peter Lloyd dat feministen mannen onderdrukken en hen wegzetten als tweederangsburgers. Volgens de auteur, die zich omschrijft als mannenrechtenactivist, is er bijvoorbeeld geen sprake van een inkomenskloof tussen mannen en vrouwen. “Economen laten keer op keer zien dat die kloof niet bestaat. Het verschil is doorgaans te verklaren uit het feit dat mannen meer uren werken, meer vaardigheden hebben en meer verantwoordelijkheid dragen”, aldus Lloyd (Humo, maart 2017: 54-55). De man en zijn inzet zijn superieur en daarom is het maar normaal dat die man ook meer verdient. Zijn beweging streeft naar eigen zeggen naar erkenning en gelijkheid en dat ziet hij niet bij feministen. Integendeel, stelt hij. Hij is van mening dat het voor feministen zowel politiek als financieel lucratief is dat de zogenaamde genderoorlog voortduurt. Ze willen evenveel verdienen, maar er minder voor doen.

De depolitisering van het feminisme normaliseert de bestaande ongelijkheid

Los van het feit dat dit discours het binair denken over ‘vrouwen’ en ‘mannen’ versterkt, dat het de politieke en economische structuren als natuurlijk beschouwt en dat rond (de term en de invulling van) feminisme en gender veel misvattingen bestaan, is Lloyd’s werk een index voor de ontkenning van macht(songelijkheid) tussen de seksen. Van het feit dat vrouwen zich vaak dubbel moeten bewijzen, zowel thuis als op het werk. En dat veel topmanagers net op die basis carrière kunnen maken. Dat vrouwen weldegelijk discriminatie ondervinden en dat de loonkloof een zeer reëel gegeven is. Niet toevallig heeft IJsland zeer recent als eerste staat de loonkloof in bedrijven illegaal gemaakt door een wet aan te nemen die bedrijven verplicht vrouwen en mannen gelijk te behandelen. De ongelijkheid is reëel. Maatregelen zijn dus nodig om de bestaande ongelijkheid de wereld uit te helpen. En niet alleen op vlak van inkomen maar ook op vlak van positie en aanwezigheid in een sector.

De strijd voor gelijke rechten, of het nu vrouwenrechten zijn of rechten voor nieuwkomers en migranten bevragen de bestaande machtsongelijkheid. Het idee dat een beweging of een groep mensen opkomt voor basisrechten wordt vanuit een bepaalde politieke hoek snel gezien als een ‘bedreiging’ waarvan zij zichzelf als slachtoffer zien. Bijgevolg zetten deze vaak rechtse tot extreemrechtse stemmen, dergelijke bewegingen voor gelijkheid neer als een bedreiging voor ‘de tradities’, voor ‘de veerkracht’ van de natie of nog voor de efficiëntie en meritocratie die onze economie doet draaien.

Steeds meer organiseren zij zich ook in een beweging die slechts één doel heeft: de bestaande ongelijkheid behouden. De veerkracht van natie en economie verstevigen gaat opvallend genoeg gepaard met een strijd tegen feminisme, tegen antiracistische en LGTBQ-bewegingen en tegen links in het algemeen. Om daarin te slagen moet de mythe in stand worden gehouden dat deze bewegingen ‘onze identiteit’ bedreigen.

Doorheen het Westen zien we een opgang van allerhande rechtse bewegingen die teren op dit discours. In de VS zien we dat Trump’s overwinning steunt op een diep rechtse beweging die antifeminisme, racisme, antimigratie-retoriek en een stevige portie anti-queer discoursen combineert met een aanval op links en de fundamenten van de rechtstaat.

Vrouwen die niet voldoen aan de norm worden dubbel geraakt

Ook in Europa zien we heel gelijkaardige politieke bewegingen opstaan. Die bewegingen teren op het idee dat ‘wij’ worden bedreigd. Dat ‘onze identiteit’ en ‘onze manier’ van leven worden ondermijnd. Opvallend is wel dat in de Europese discoursen ‘gelijkheid man en vrouw’ en ‘LGBTQ’ –rechten aan boord worden gehesen als elementen die ‘onze identiteit’ zouden definiëren. Wilders, Le Pen en de N-VA spelen allen in op het idee dat ‘die identiteit’ nu wordt bedreigd door migratie. Dat de blanke meerderheid nu al wordt onderdrukt en ‘overspoeld’ door de islam, door nieuwkomers ‘uit specifieke landen’ en zo verder. Het Zwarte Piet-debat wordt zo een symbool dat de kern van ‘onze identiteit’ raakt. En positieve actie lijkt opeens erger dan racisme, terwijl die net de bestaande ongelijkheid wil tegengaan.

In dat discours wordt de strijd voor daadwerkelijke gelijkheid versteend en blijven ook de economische en politieke structuren van ongelijkheid uit het vizier. Feminisme is dan iets van het verleden en de structurele ongelijkheid wordt vervolgens ‘normaal’ en onaantastbaar. Deze depolitisering van het feminisme normaliseert niet alleen de bestaande ongelijkheid binnen een neoliberaal systeem, het creëert ook nieuwe ongelijkheid. Dit rechtse ‘identiteitsdiscours’ heeft meervoudige discriminatie als gevolg. Vrouwen die niet voldoen aan hun norm worden meervoudig geraakt: ze worden gediscrimineerd op basis van hun vrouw-zijn én op basis van hun afkomst, religie, leeftijd, etc.

Feminisme maakt van mannen helemaal geen tweederangsburgers, en dat is ook helemaal niet het doel. Feminisme streeft naar een samenleving waar gelijkheid en rechtvaardigheid reëel zijn. En net dat is wat al deze antifeministen verafschuwen. Het toont aan dat feminisme bij uitstek een politieke strijd is die vandaag explicieter de inzet geworden is van ondemocratische stemmen.