Cathérine Ongenae, journalist

Het recht van de sterkste interesseert me niet. Privilege ook niet. Dat zijn geen mensenrechten, laat staan dat het verdiensten zijn, ook al beweert Donald Trump van wel. Ik kan niet tegen onrechtvaardigheid, onderdrukking, discriminatie. Ik rebelleer tegen dominantie en gebrek aan respect. Van misbruik word ik mottig, of het nu fysiek, seksueel of psychologisch is. Ik haat terreur, ook wanneer het gezaaid wordt door vrouwen. En ja, natuurlijk kunnen vrouwen bully’s zijn. Het is niet je geslacht dat bepaalt of je een dader dan wel een slachtoffer bent, maar het feit dat je denkt dat geweld een gepermitteerd instrument is om je zin te krijgen. Dat er mensen zijn die die fenomenen aanvaarden, want “zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar”,  kan er bij mij niet in.

Ben ik altijd een feminist geweest? Ja. Ik ben een believer van het eerste uur. Maar toch was ik niet altijd de feminist die ik nu ben. Feminisme is een groeiproces. Een parcours van inzichten en levenslessen.

Niet moeilijk doen

Ik was zeventien of achttien toen mijn vriendin en ik voor het schoolfeest van onze strenge katholieke meisjesschool een feministisch toneelstuk schreven. We voerden thema’s op als baas in eigen buik, stereotiepe taakverdeling, discriminatie op de werkvloer, verkrachting. Ik denk dat we deels wilden provoceren, maar nog steeds vraag ik me af hoe het komt dat ik toen al wist dat men vrouwen minder ernstig neemt dan mannen. Dat wordt overigens bevestigd door transgenders: zij ondervinden het verschil aan den lijve. Respect blijkt een evidentie als je een man bent, terwijl je het moet verdienen als je een vrouw bent. Nieuwe vrouwen blijken plots een hoop obstakels op hun weg te vinden die er eerder niet waren…

Maar dat ik dit allemaal scheen te weten, wilde evenwel niet zeggen dat ik die obstakels jaren later zelf zou herkennen, laat staan kon ontwijken. Feminisme was in mijn twintiger jaren niet echt een issue. Ja, ik had slechte lieven en mijn grenzen werden voortdurend overschreden. Maar mij was gezegd dat ik blij moest zijn met wat op mijn weg kwam. Als dat een baas was die voortdurend met me wilde gaan eten, dan hoorde ik dankbaar te zijn, want dat betekende dat ik bijzonder was. Wat ik daar zelf bij voelde, had geen belang. Niet moeilijk doen, weet je wel?

Pas veel later zou ik leren dat dit kon gebeuren omdat ik nooit had geleerd om grenzen te stellen. Ik was opgevoed als een meisje. Als mijn onafhankelijke geest, mijn kritische gedachten, mijn scherpe tong zich roerden, werd ik op mijn plaats gezet. Meisjes horen niet luid te praten. Meisjes moeten luisteren en zorgen. Meisjes moesten niet denken dat ze slim waren. Ik was te ad rem en te arrogant volgens mijn moeder, die zichzelf overigens vrijgevochten noemde.

Wake-up call

Als jonge vrouw krijg je dus gemengde boodschappen van de mensen die je rolmodel zijn: vrijgevochten is goed, op voorwaarde dat  je geen aanstoot geeft en je rol als vrouw blijft opnemen. Voor jezelf opkomen is aanvaardbaar zolang je er niemand mee voor de voeten loopt.

Ik was al veertig toen ik besefte dat mijn moeder het zelf ook niet wist. Dat ik al die jaren moeite had gedaan om bij wijze van spreken met ingehouden adem tegen de muur te staan, waar ik niemand iets in de weg kon leggen. Ik was een overtuigd feminist die kritische columns schreef, maar die haar overtuigingen niet toegepast kreeg in haar eigen leven. Zo machteloos zijn we dus.

Voor veel mensen is dat an inconvenient truth. Ze willen het niet weten, denken dat ze er niets aan kunnen veranderen, hebben zich ernaar geschikt. Het is dus niet alleen een kwestie van leren zien wat er fout loopt. Je moet het ook wìllen zien.

De feminist die ik nu ben, werd ik met vallen en opstaan. Mijn acute wake-up call kwam met het moederschap. De druk die ik voelde van dat moederschapsideaal  stond haaks op alles waar ik in geloofde. Beetje bij beetje kwam ik tot de conclusie dat dat onbehaaglijke gevoel van opgesloten te zitten in het ideaalbeeld van iemand anders niet aan mij lag, noch aan mijn hormonen, maar aan het waanidee van traditioneel denken.

Door zelf moeder te worden begon ik te begrijpen wat het betekende om patronen door te geven. Dat ik mijn dochter zo niet zou opvoeden sprak voor zich. De feminist die ik nu ben, wil anderen een bril aanreiken om tot datzelfde inzicht te komen. Hen tonen waar de denkfout zit over de zogenaamde verschillen tussen mannen en vrouwen. Hen uitnodigen om zelf de correctie te zijn.

Met wortel en al

Tot slot dit nog. Alle vooroordelen ten spijt is het feminisme een warme en sociale beweging. Mensen (m/v) die graag toeteren over gelijke rechten, maar intussen seksisme tot een kunstvorm verheffen en tot alles in staat zijn om top dog te kunnen zijn, zijn niet sociaal en bijgevolg geen feminist. Het is in het belang van gendergelijkheid dat we die façadefeministen leren herkennen, want zij zijn het die de beweging een slechte naam bezorgen.

Feminisme gaat niet zozeer over wat je zegt, maar over wat je doet. De mensen op de barricade zijn nodig, maar meer nog hebben we nood aan mannen en vrouwen die op hun manier, in hun wereld, in de praktijk, die gelijkheid mee vormgeven. Door hun kennis te delen, door voor elkaar op te komen, door opvoeding, door de werkvloer anders te organiseren, door de wereld veiliger te maken, door zorg op te waarderen, door solidair te zijn met vrouwen, door moeilijke vragen te blijven stellen. Alleen op die manier kun je de ongelijkheid met wortel en al uitroeien.