Sigrid Lapiere, alleenstaande mama

We waren met vier. Vier kleine kinderen tussen 7 en 15 jaar met één moeder. Een vader was er niet meer. Dood. Uit het leven gesnokt. Mijn moeder was toen nog een jonge vrouw van goed veertig jaar. De dood van mijn vader reduceerde haar tot weduwe en wij, de kinderen, tot half-wezen. Alles krijgt wel een naam. Hoe het dan verder moet als jonge vrouw met vier kinderen, daar was geen term voor. Of toch wel. Maar dat besef kwam later pas.

De zomer begon, en daarmee de grote vakantie. We gingen naar zee. We beschikten over een wagen en mijn moeder over een rijbewijs. Alleen had ze dat rijbewijs zonder veel kennis van zaken kunnen afhalen op het stadhuis. Echt rijden met een auto, dat zag ze toch vooral anderen doen. Toch gingen we naar zee. De auto uit een smalle garage krijgen, behoorde niet tot haar vaardigheden, achteruit rijden evenmin. Mijn moeder bedacht voor alles een oplossing. De buur zou de auto uit de garage rijden en dan – de zee was immers rechtdoor – zou zij de weg verderzetten. En zo geschiedde. Voor dag en dauw vertrokken we naar Nieuwpoort. Altijd rechtdoor. En we kwamen goed en wel aan. Van de vakantie zelf herinner ik mij weinig. Behalve dan dat er bezoek kwam. Ik geloof dat mensen ons kwamen troosten en dan maar een dag aan zee meepikten op mijn moeders kosten. Ramptoerisme, zo je wil.

Kleine kinderen werden pubers en later grote kinderen. Mijn moeder zorgde alleen voor brood op de plank. Veel brood met beleg. We studeerden verder – dat was één van haar wensen. En dat gebeurde. Mijn moeder begeleidde ons, alleen. We gingen op reis, er waren boeken in huis, we waren goed gekleed, we werden aangemoedigd. Mijn moeder deed alles alleen. Van de vuilniszakken buiten zetten tot de motorkap openen, van zieken verzorgen tot diplomavieringen bijwonen, van samen lachen tot samen huilen. Wij, de kinderen vonden dit vanzelfsprekend. Mijn moeder was moeder en vader in één persoon. Ik was te jong om te beseffen wat dit van een mens vergt. En later, later heb ik het haar te weinig gezegd – hoeveel respect dit verdient.

Was mijn moeder een martelares? Zeker niet. Was alles de schuld van een ander? Ook niet. Het leven had een onverwachte wending genomen en zij maakte er het beste van. Ze kon alleen haar plan trekken en leerde ons dat ook, onafhankelijk te zijn. Ze bracht ons een leven bij waarin wijzelf de vuilniszakken buiten zetten. Ze leerde ons mondig te zijn, te ijveren voor onze rechten, op te komen voor onszelf. Ze leerde ons moedig te zijn, want dat is wat je bent als je met vier kinderen verder moet, dat is die term die toen, zoveel jaar geleden, ontbrak. Ze leerde ons te leven. En als dat de kern van het feminisme is, dan sluit ik mij er graag bij aan.

Blog Sigrid Lapiere