Els Flour, voorzitster Furia vzw

Denkend over m’n engagement in Furia – de vlag waaronder het Vrouwen Overleg Komitee voortaan vaart – beland ik bij het prille begin.

April 1972. Het tijdschrift De nieuwe maand bereidt een nummer voor over het nieuwe feminisme dat op dat moment (in eigen land en wereldwijd) de media beroert. De themaredactie stuurt een reeks vrouwen (en enkele mannen) een uitnodiging om een heel weekend na te denken over de positie van vrouwen in de samenleving. Vrouwen uit de politiek, de vakbeweging, de vrouwenbeweging… over de zuilen heen  – en dat laatste was gedurfd en uitzonderlijk. Aan het eind van het weekend zijn er lange meters bruin pakpapier volgeschreven met verzuchtingen, vragen en overpeinzingen. De vrouwen hebben met elkaar gepraat over hoe ze het stellen in hun respectieve organisaties, over de barrières waarop ze stoten, over de bondgenoten die ze missen.

De uitwisseling van ervaringen heeft zoveel energie gegeven, dat het idee opborrelt om regelmatig samen te komen. Er is een ‘overlegcomité’ geboren. Een Vrouwen Overlegcomité. Dat al snel de progressieve spelling meekrijgt: Vrouwen Overleg Komitee.

Het Vrouwen Overleg Komitee organiseert zich als een plek waar feministen van verschillende signatuur de koppen bijeen steken en debatteren over wat er hen (en de samenleving) bezighoudt. De organisatie van werk en van zorg. Abortus uit het strafrecht. De nood aan een emancipatiebeleid. Geweld op vrouwen. De impact van crisismaatregelen. Deeltijds werk. Prostitutie. Stereotiep speelgoed. Tot recentere kwesties als dienstencheques en de hoofddoek. En daarnaast is er de Vrouwendag, op of rond 11 november. Want amper is het VOK in 1972 uit de startblokken, of er komt de vraag om het Nederlandstalige programma van een ‘vrouwendag’ te coördineren. Op 11/11/1972 is zelfs het tweetalige organiserende collectief verrast wanneer de Passage 44 in Brussel overrompeld wordt door bijna 10.000 vrouwen. Het VOK maakt van die Vrouwendag een jaarlijks evenement.

Een kleine 45 jaar later gaat dat VOK verder als Furia,
gedreven door hetzelfde feministische vuur
en door verontwaardiging over de vele ongelijkheden in de samenleving.
Met een nieuwe naam, maar dezelfde passie, visie en manier van werken.
Feministisch, kritisch en solidair.
Kort op de bal, met uitgesproken standpunten.
Werkend aan gelijkheid en vrijheid (huria in het Arabisch, hoorde ik onlangs),
in zusterschap.

Furia blijft pluralistisch, ongebonden en meerstemmig, haar DNA is hetzelfde als dat van het Vrouwen Overleg Komitee. Er is niet één ideologische lijn, er is geen plan van wie er lid moet/mag zijn. Wel is er een duidelijke visie op welk feminisme Furia wil uitdragen. Centraal daarin staan:

Vrijheid/zelfbeschikking/autonomie: vrouwen beslissen zelf hoe ze hun emancipatie voeren. Van baas in eigen buik, tot baas over eigen hoofd.
Gelijkheid: de cijfers tonen het, in onze samenleving beperken sekse, sociale of etnisch-culturele herkomst, seksuele oriëntatie, een fysieke of mentale beperking, genderidentiteit/-expressie… mensen al te vaak in hun kansen. Furia wil een samenleving waarin we, in al onze verschillen, zo gelijk mogelijk zijn.
Solidariteit: Furia brengt de posities en bekommernissen van zo veel mogelijk vrouwen in rekening, in dialoog, en met respect voor verschillende meningen en stemmen.
Meerstemmigheid: dé vrouw bestaat niet, dé vrouwenemancipatie of hét feminisme al evenmin.

Met die waarden als baken, slagen we er als VOK en als Furia in om met wisselende leden en steeds nieuwe thema’s op de agenda, een eigen stem te laten klinken in de feministische beweging in Vlaanderen en België. Die stem blijft relevant:

  • bijvoorbeeld om in hoofddoeken- en burkinidebatten steeds weer te beklemtonen dat vrouwen zelf kiezen hoe ze zich kleden;
  • bijvoorbeeld om, samen met vrouwenorganisaties, over de taalgrenzen heen, kritisch (en met toenemende verontwaardiging) de crisismaatregelen van de verschillende regeringen op te volgen en deel te zijn van het verzet ertegen;
  • bijvoorbeeld om na te denken over een andere organisatie van de samenleving. Zoals met het pleidooi om met z’n allen minder te werken per week. Zodat we met meer aan het werk zijn en met ons allen betaald werk beter kunnen combineren met zorg.

Zelf sloot ik ergens eind jaren 1990 bij het Vrouwen Overleg Komitee aan, meegetroond door een vriendin. De maandelijkse vergaderingen, met twintigers en tachtigers en alles tussenin, hebben m’n feminisme meer diepte en stevigheid gegeven, m’n geloof in de maakbaarheid van de samenleving gesterkt, me bewuster gemaakt van het belang van solidariteit. (En we hebben er veel gelachen.) Voortaan heet m’n feministische thuisbasis dus Furia. Op naar de eerste activiteit onder die naam, op 11/11/2016 in het Zuiderpershuis: “Feminisme. Nu. Voor Morgen”. Gedreven, onderbouwd, en in dialoog.