Eva Brumagne, algemeen directeur Femma vzw

Ik ben een feministe tot in de topjes van mijn tenen. Maar het zit niet in mijn DNA. On ne naît pas féministe, on le devient,  Beauvoir parafraserend. Feministe word je in vele kleine stapjes.

Ergens in Vlaams-Brabant waar ik opgroeide en het tweede Vaticaanse concilie vreemd genoeg nog geen voet aan wal had gekregen, volgde ik  samen met mijn klasgenoten twee jaar lang catechese  bij een hoogbejaarde priester in zwarte soutane. De meesten dutten daar rustig in, ik luisterde en onthield veel en kende alle geboden en verboden en aktes en gebeden van buiten, maar misdienaar worden, nee, dat kon niet. Ik was immers een meisje.

Vol goeie bedoelingen stuurden mijn ouders me naar een verschrikkelijke typecursus van Scheidegger en ik pruttelde hard tegen. Maar voor een meisje was het toch handig om goed te kunnen typen? Aan de universiteit kreeg ik snel in de smiezen dat mijn proffen hun opvolgers naar hun eigen beeld schiepen, met schitterende resultaten én een piemel in de broek.

Ik vond een leuke job, trouwde en kreeg op korte tijd drie kinderen. Elke terugkeer in het arbeidsproces na een bevallingsverlof betekende moeilijk onderhandelen over een eerlijke taakverdeling in huis. Op moeder- en vaderdag luisterde ik naar de stereotype versjes en rijmpjes van lieve, zachte en zorgende mama’s en stoere, gazet lezende papa’s. Vanaf november bladerden we samen in catalogi vol genderstereotiep speelgoed . Ik kreeg een vingertik van de schooljuf omdat ik mijn jongste zoon voor carnaval in een uberschattig omaatje had verkleed. En wie werd altijd eerst gebeld bij een stevige val of een plotse koortsaanval? Mama, of course.

Ik kreeg carrièrekansen en greep ze ook en dat betekende dat vooral op mijn vork veel meer hooi terecht kwam. Ik werkte hard op het werk en in die tweede job, thuis. Niet gaan zitten! Niet gaan zitten! Want dan zou ik prompt in slaap gevallen zijn. Altijd. Overal. Zo. Moe.

Dit huwelijk hield geen stand en ineens was ik alleenstaande mama. In scheidingsaangelegenheden gelden andere rechten: die van de financieel sterkste, van de ongrijpbaarheid, van de pragmatiek eerder dan van de wet. En ik ben zo blij dat ik al die jaren, soms half slaapwandelend en soms vastklampend met het vel van mijn tanden, ben blijven werken, voltijds, want dit geld en die zekerheid hebben mijn kinderen en ik nu meer dan ooit nodig. Maar ook en vooral omdat werken en me ontplooien als mens in mijn job, het noodzakelijke tegengewicht  en mentale evenwicht geeft om de niet zo fraaie kanten van het opvoeden van kinderen, nog altijd een levensgroot taboe, aan te kunnen. Lees: er soms legitiem van te kunnen vluchten.

Al die en nog zoveel meer momenten in mijn leven maken dat ik een feministe ben en ik ben daar ongelofelijk trots op. Dit is mijn geuzennaam. Dit is wie ik ben en waar ik in geloof. En ik ben dankbaar dat ik heel veel kansen heb gekregen om lang en veel te studeren en om ongelofelijk interessante jobs te mogen doen samen met veel enthousiaste en even hevige feministen, mannen en vrouwen. Ik ben dankbaar om mijn ingebouwde duracellbatterij die wel wat werk kan verzetten.

Alleen is die moeilijke combinatie van betaald en onbetaald werk geen persoonlijke kwestie. Ik zie mannen maar nog veel meer vrouwen wroeten en ploeteren om hun werk en hun gezinsleven draaiende te houden. Ik zie er ook steeds meer struikelen. Onze samenleving moet dringend op zoek naar andere arbeidsmodellen waarin betaalde en onbetaalde arbeid op een fijne manier combineerbaar wordt, wat alle mensen gewoonweg veel gelukkiger maakt. Kijk maar naar de Denen.

Ik zie veel dingen die me hoopvol stemmen. Jezelf feminist(e) noemen is geen taboe meer.  Vrouwen laten van zich horen en staan almaar vaker op de eerste rij van de statieportretten. Vrouwen van alle leeftijden trekken hun bek open en maken lawaai. Op sociale media als Twitter is het feminisme een fris hoentje met een gevaarlijke rechtse.  Want elke emancipatiestrijd is ook een strijd om macht.

Ik heb veel hoop. Het tij keert, ik voel het.

www.femma.be