Soumia Akachar, doctoraatsstudent vakgroep Politieke Wetenschappen VUB

Sommigen twisten aan de gegevenheid dat feminisme er daadwerkelijk voor alle vrouwen is, vooral voor degenen die door allerlei specifieke omstandigheden vatbaarder worden geacht voor de uitsluiting die gepaard gaat met genderongelijkheid. Bevoorrechte vrouwen, en hiermee doel ik niet per definitie op het blank zijn, beseffen echter niet altijd wanneer ze zelf aandeel hebben in de uitsluiting van minder bevoorrechte vrouwen, noch lijken ze soms oog te hebben voor hoe diens uitsluiting verschillende groepen vrouwen hindert in hun even legitieme, en soms complexere, emancipatorische strijd. Ziehier het onmiskenbare belang van intersectionaliteit.

Het idee van intersectionaliteit is ontstaan om een analytische duiding te bieden aan iets dat ontelbaar veel vrouwen decennia-, zo niet eeuwenlang ondervonden maar waar lang geen eenduidige term voor was. Juriste Kimberlé Crenshaw introduceerde in 1989 het idee van kruisende discriminatiecategorieën aan de academische wereld en even later ook aan het grote feministische publiek. De metafoor leert ons dat afhankelijk van het (kruis)punt waar sommige van je identiteitsaspecten elkaar treffen en kruisen, je als individu telkens een specifieke discriminatoire of bevoorrechte ervaring doormaakt. Deze duiding ontstond als antwoord op de eenzijdige focus op gender of ras, of welke andere categorie dan ook, bij het bespreken en aankaarten van seksisme en (gender)ongelijkheid. De interactie tussen categorieën als klasse, ras, etniciteit, religie, leeftijd, geaardheid of handicap, onder andere, brengen een soms specifieke en een soms relatieve beleving van privilege of onderdrukking voort. Het hangt dus net af van het identiteitskruispunt waar je voor staat.

Laat ik een van de concrete voorbeelden gebruiken waar juriste Crenshaw zelf naar verwees om de relevantie van intersectioneel denken uit te bouwen. In de jaren zeventig spande Emma DeGraffenreid samen met een groep andere zwarte vrouwen een zaak aan tegen General Motors wegens discriminatie. De groep vrouwen was van mening dat hun werkgever de staf discrimineerde op grond van gender én ras. Niet cumulatief, maar interactief. Daar waar de zwarte staf andere taken toebedeeld kreeg dan blanke werknemers, werden vrouwen en mannen respectievelijk ontmoedigd om te solliciteren op typisch “mannelijke” en “vrouwelijke” banen. Wat bleek: de functies die zwarten mochten verrichten, werden enkel door mannen uitgevoerd en de functies voor vrouwen, enkel aan blanken geboden. Je leest het al: zwarte vrouwen konden nergens aan de slag bij het bedrijf en ondervonden aan den lijve hoe de interactie tussen pertinente categorieën een specifieke discriminatoire beleving veroorzaakte die voor hen heel specifiek was. Hoewel blanke vrouwen en zwarte mannen eveneens de dupe werden van General Motors’ discriminerend beleid, in het eerste geval op grond van gender en in het tweede geval op grond van ras, ondervonden zij desondanks een relatief voorrecht ten aanzien van de ervaren uitsluiting van de solliciterende zwarte vrouw.

Dit was natuurlijk niet voor het eerst dat zwarte feministen in de Verenigde Staten de versterkende interactie tussen bepaalde categorieën, en vooral de kruising tussen gender en ras, onder de aandacht brachten. Een snelle google-actie verwijst je al gauw naar de werken van Sojourner Truth, die als voormalige slaaf midden in haar strijd tegen slavernij zich in een aangrijpende toespraak afvroeg (vermoedelijk gericht aan de blanke vrouw) of ze niet vrouw genoeg was: “Ain’t I a woman?”.  Te denken valt ook aan het werk van auteur en feministe Audre Lodre waarin ze in een van haar gedichten stelde dat ze als vrouw pas vrij zal zijn als andere vrouwen ontketend zijn van hun eigen voetboeien, ongeacht welke dat zijn. Ook zal je veel van Angela Davis tegenkomen, een intellectuele activiste die midden in de burgerrechten beweging van de jaren zestig en zeventig de door de mannen gedomineerde black power beweging van Stokely Carmichael, Dr. Martin Luther King en Jr., Huey P. Newton een nieuw impuls gaf door als stembuis te fungeren van de zwarte vrouw. In de tussentijd bloeiden er, tussen Truth’s speech en Davis’ activisme, de ene na de andere feministische beweging op: van de monumentale strijd van de suffragettes tot aan ‘the personal is political’ kreten van wellicht de meest succesvolle sociale beweging die de jaren zestig voortbrachten. Parallel op het blote oog, nauw verbonden voor hen die beide ontwikkelingen tot op de voet hebben gevolgd: Feminisme is evenmin blank als intersectioneel besef zwart.

Toegegeven, binnen feministische kringen krijgt intersectionaliteit vaker de rol dat het verdient. Echter, we doen diens totstandkoming, geschiedenis en toekomst als gemeengoed in het hedendaags feministisch denken tekort door het te herkauwen als de niet-witte, niet-heteroseksuele, klassengevoelige feministische afsplitsing binnen huidige vrouwenbewegingen. Sterker, diens ogenschijnlijke bijzondere status moet plaats maken voor een verankerd denken dat het niet langer berust met de taak om de blinde vlekken bloot te leggen in voorgaande feministische golven, zoals het tot nu toe heeft gedaan, maar door het te beschouwen als de bouwsteen van wat feminisme altijd al was: de roep om inclusiviteit en gelijkheid ongeacht welke categorie toegeschreven wordt aan je identiteit.

Als feministen kunnen we het ons niet veroorloven om ongelijkheden en miststanden te duiden zonder een ingebouwd intersectioneel reflex. Sociale bewegingen die exclusiviteit bestrijden en zelf volledige inclusiviteit nalaten zijn niet alleen gedoemd te mislukken maar per definitie ook contradictoir. Het is handig dat we er een term voor hebben: intersectionaliteit als het “buzzword”, intersectionaliteit als de voorzichtige roepstem in ons denken. Laten we echter niet vergeten dat intersectioneel denken vooral voort komt uit het feit dat wij allemaal, met of zonder het besef dat onze identiteit verandert afhankelijk van de context waarin we ons bevinden, in de praktijk niets anders doen dan intersectioneel leven. Of zoals Lorde eens treffend aangaf: “There is no thing as a single-issue s truggle because we do not live single-issue lives.”