Valérie Tanghe, ingenieur en afdelingshoofd Infrastructuur bij NRB,  voorzitter Amazone vzw/asbl en Beslist Feminist

Als tiener was ik niet specifiek bezig met feminisme. Ik kan ook niet zeggen dat ik bewust seksisme of discriminatie heb meegemaakt als jonge vrouw. En hoewel mijn omgeving me afraadde om als meisje aan de studies ingenieur te beginnen, dacht ik dat dat eerder aan onwetendheid lag bij mijn leerkrachten dan aan hun stereotiepe denkbeelden.  Omdat ik nogal eigenwijs was, deed ik die studies toch. Per slot van rekening, met een vader als ingenieur, wist ik wel wat het beroep inhield, en vond ik het even geschikt voor vrouwen als voor mannen….

Toen ik me als jonge werkende ingenieur dan bij de Denktank Vrouw en Ingenieur aansloot, was dat vooral omdat ik op zoek was naar ‘geestesgenotes’: vrouwen met een gelijkaardige opleiding en werkomgeving, gelijkaardige ambities, die zochten hoe ze die konden realiseren in een wereld die grotendeels door mannen gedomineerd wordt. We leerden – en leren nog steeds – aan elkaar hoe we het best omgaan met de moeilijkheden die we als vrouwen ondervinden in deze ingenieurswereld: hoe we onszelf en onze professionele ambities zo goed mogelijk zichtbaar kunnen maken, hoe we een evenwicht kunnen vinden tussen werk en privé, hoe we opslag moeten vragen op het werk en tijdens sollicitaties, etc. Achteraf bleek dat alle andere vrouwen op het werk ook met deze thema’s bezig waren.

Een aantal collega’s bij Vrouw en Ingenieur waren toen veel overtuigder feminist dan ik: met iets meer natuurlijke verontwaardiging gingen ze van leer tegen de hardnekkige stereotypen en vrouwonvriendelijke situaties die hen opvielen.  Zij hebben mij tot beter observeren aangezet.  Ze hebben me geleerd om dingen te durven aankaarten, iets minder te aanvaarden of te laten betijen en op te komen voor die andere vrouwen. En samen begonnen we naar oplossingen te zoeken. Oplossingen die alle vrouwen ten goede konden komen.

Tijdens deze zoektocht naar een ‘verklaring voor de verschillen tussen mannen en vrouwen’, lazen we in ons groepje heel wat boeken. Een daarvan was ‘Darwin voor Dames’, de bondige versie van de doctoraatsthesis van filosofe Griet Vandermassen. In Darwin voor Dames heeft Vandermassen het over de historische weigering van de vrouwenbewegingen om de verklaring voor de verschillen tussen mannen en vrouwen in de evolutiebiologie en -psychologie te zoeken.  De belangrijkste vrees van de vrouwenbewegingen daarbij was (en dat is het nog steeds) dat de wetenschappelijke vaststellingen over die verschillen een reden zouden geven om mannen en vrouwen wettelijk en maatschappelijk verschillend te behandelen. Denk maar aan wat het verschil in huidskleur tussen blanken en zwarten eeuwenlang deed: het leidde tot slavernij, naar apartheidsregimes en een zeer gesegregeerde maatschappij in vele regio’s. Het is dus begrijpelijk dat er scepticisme en afkeer leefde onder de vrouwenbewegingen ten opzichte van een dergelijk onderdeel van de wetenschappen.

Nochtans bevestigt de evolutiepsychologie de assertiviteit als (voornaamste) bepalend verschil tussen gemiddelde mannen en vrouwen.  En laat dit nu net een eigenschap zijn die we in onze huidige samenleving zo hard nodig hebben om bijvoorbeeld op te komen voor onszelf, of om een topcarrière uit te bouwen.  Al is het volledige plaatje van de mens natuurlijk veel complexer dan dat.  Voor een diepgaandere uitleg hierover verwijs ik graag naar dit boek.

Belangrijker voor mij is echter Vandermassens inzicht dat de mens net een vrije wil en een rationeel brein heeft om te concluderen dat deze natuurlijke verschillen tussen mannen en vrouwen in onze hedendaagse maatschappij niet noodzakelijk of zelfs absoluut niet wenselijk zijn in onze maatschappij…  Dat dus het tegenovergestelde misschien wel wenselijk is: dat mannen en vrouwen gelijke kansen moeten krijgen.  En volgens mij is de meerderheid in onze maatschappij daar inderdaad echt wel van overtuigd.

Maar de vaststellingen uit de evolutiepsychologie over assertiviteit leiden tot de conclusie dat gelijke kansen er weliswaar nooit vanzelf zullen en kunnen komen. Gelijke kansen zijn in die optiek iets contra-intuïtief, zeg maar contra-‘vanzelf’. Ze zullen er pas komen door er op een rationele manier voor te ijveren.  Door alle vrouwen (en ook mannen) te verenigen in hun ijver om de verworvenheden omtrent gelijke kansen te blijven bewaken. Om nieuwe gelijke kansen te verdedigen en te creëren in de domeinen waar ze nog ontbreken.  Dat rationele proces is sinds enkele decennia actief in onze maatschappij.

Omdat gelijke kansen er dus nooit vanzelf komen en omdat het risico bestaat – indien de aandacht ervoor verdwijnt – dat onze verworvenheden opnieuw verloren gaan, moeten we inzien dat de strijd voor gelijke rechten en gelijke kansen geen tijdelijk project is, dan wel   een permanente (bewakings)opdracht.

Een opdracht waarbinnen ik met plezier mijn verantwoordelijkheid opneem en mijn persoonlijke talenten mee ten dienste stel om dit doel, overal gelijke kansen voor vrouwen, ooit te bereiken….