Lies Gallez houdt niet van chloorgeuren, tankstationkoffie en slagroom (omdat ze veganist is). Ze behaalde haar master schrijven aan het RITCS. Haar verhalen publiceerde ze onder andere in Kluger Hans, Deus Ex Machina en De Optimist. Dagen vult ze het liefst met woorden bij elkaar sprokkelen op plekken waar bomen zijn. Ze werkt aan een roman en een bundeling van haar kortverhalen.

We waren jong, we kenden geen termen voor het leven dat we hadden. Wat we kenden was dit, we waren op bepaalde momenten een vrouwenclubje: mijn moeder, mijn twee zussen en ik. Vader zat voor langere periodes in het buitenland voor zijn werk. In die tussentijd ging alles gewoon door: de was, de plas, de boodschappen, het gras werd gemaaid, het onkruid uitgetrokken. De vuilnisbakken stonden altijd op tijd buiten, elke dag aten we iets lekkers, het licht in de garage werd gemaakt, de wasmachine die stuk ging werd vervangen, mijn moeder tankte de auto vol, er was veel strijk, en afwas, en huiswerkjes die nagekeken moesten worden. Er waren geen rolpatronen, noch genderstereotypes binnen het gezin. Er waren dringende en minder dringende taken die we op lijsten noteerden en vervolgens onder ons viertjes verdeelden. Ik was vijf, zes, acht, negen, vijftien, en zestien en op al die leeftijden hadden wij toen thuis een vrouwenclubje.

Aan het hoofd van het gezin stond moeder die vele jaren eerder als industrieel ingenieur was afgestudeerd. Ze startten met tien vrouwen aan de opleiding waarvan er uiteindelijk drie zijn afgestudeerd. Het was een mannenwereld met hoofdzakelijk mannelijke docenten. Slechts twee vrouwen gaven er les. Mijn moeder had een wiskundehoofd en dat wilde ze benutten. Dat ze dit zou moeten doen in die mannenwereld heeft haar nooit tegengehouden. Nu geeft mijn moeder al jaren zelf les in de school waar ze ooit afstudeerde.

De term feminisme gebruikte ik vroeger niet, omdat ik hem nog niet kende. Omdat ik de realiteit waarin ik opgroeide eerst als een geloofwaardige afspiegeling van de wereld beschouwde. Tot ik door  bepaalde situaties beter leerde weten. Op 14 oktober 2018 nog maar eens bijvoorbeeld, toen ik als bijzitter tijdens de dag van de verkiezingen mensen doorverwees naar de voorzitter waarop iedereen mij hetzelfde vroeg: welke man is het precies? De voorzitter was een vrouw.

Als ik het nu over feminisme heb, dan heb ik het over de gelijkheid tussen man en vrouw die verder rijkt dan het overbruggen van de loonkloof, over gendervloeibaarheid, over het niet aannemen of opleggen van mannelijke of vrouwelijke rolpatronen, over een wereld die niet is opgedeeld in twee kampen waarbij de één de andere mag en kan domineren louter op basis van gender, over speelgoed (en dus kapitalisme) dat kinderen niet verdeelt maar verenigt, over het onderwijs dat het niet meer heeft over technische en minder technische vakken en daar soms ook gender aan koppelt, maar dat spreekt over kinderen met talenten die ieder op zich iets aan deze wereld kunnen bijdragen, en over ons, wij mensen, die boven elk ander label dat ons wordt opgelegd in de eerste plaats mens en menselijk zijn.

Want in tijden waarin schendingen van de Universele Rechten van de Mens getrivialiseerd worden, waarin de ontmenselijking van bepaalde bevolkingsgroepen schaamteloos doorgaat, staan ook de vrouwenrechten onder druk. Daarom blijft feminisme broodnodig, omdat het geen vies woord is, maar een menselijke reactie op een blijvende actuele situatie. De verbondenheid in die reactie is voor mij feminisme, omdat zij de pijn- en werkpunten (o.a. het recht op abortus, de loonkloof, etc.) in deze maatschappij opnieuw en opnieuw blootlegt. Wat we zeker weten is dat al die punten ons collectief raken, ontregelen en soms zelfs kwellen. Wat we ook zeker weten is dat dit diepe geraakt zijn een universeel gegeven is. De feministische strijd is daarom van alle tijden, omdat we het niet over dé vrijheid van vrouwen kunnen hebben als het maar aan enkelen toebehoort, omdat mensen en mensen met dromen er ook zullen zijn en blijven.

En misschien is het wel dit dat mijn moeder me heeft meegegeven dat elke droom die je hebt en elk verlangen dat je voelt, menselijk is. Dat het niet én nooit gedomineerd zou mogen worden door gender. Dat wens ik de wereld toe, en u, en iedereen die er een leven op deelt, omdat feminisme ons uiteindelijk allemaal helpt.