Alexander De Croo is vicepremier voor Open Vld in de federale regering. Daarvoor was hij senator en partijvoorzitter van Open Vld.

Ik ben een feminist en ik steek dat niet onder stoelen of banken. Dat wil niet zeggen dat ik BH’s in brand steek of vind dat de wereld door vrouwen moet gedomineerd worden. Nee, het houdt in dat ik enthousiast en vol overtuiging opkom voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen.

In mijn boek ‘De eeuw van de vrouw ijver ik voor meer vrouwen in politiek en bedrijfsleven omdat diversiteit loont. Voor een betere verdeling gezinslast ook. Terwijl Trump steun voor vrouwen terugschroeft, lanceerde ik mee ‘She Decides’ en voer ik internationaal campagne voor het recht op familieplanning. Het voelt als een plicht.

Als man krijg ik daar wel wat commentaar op. ‘Vrouwen willen dat helemaal niet,’ beet een journalist – niet toevallig een man – me een tijdje geleden nog toe. Maar dat schrikt me niet af. Want mannen die feminisme als een bedreiging zien, hebben het aan het verkeerde eind. Gelijke rechten zijn een bevrijding, ook voor mannen. Als vrouwen niet elke dag  moeten opboksen tegen onrecht en ongelijkheid, worden we daar allemaal beter van. Als vrouwen sterker zijn, is dat ook voor mannen goed.

Nog niet zo lang geleden geloofde ik dat de strijd voor gendergelijkheid bij ons was gestreden. Ik groeide op tussen sterke vrouwen. En in mijn familie, mijn gezin en mijn omgeving zijn mannen en vrouwen gelijk. De vrouwen die me omringen hebben hun eigen inkomen en staan op hun strepen. Dat maakte van mij een onbewuste feminist, overtuigd van de gelijkheid tussen man en vrouw, niet overtuigd dat dit nog een strijdpunt was.

Tot ik minister voor Ontwikkelingssamenwerking werd. En ik de onderdrukking van vrouwen zag in de landen die ik bezocht. De uitzichtloosheid in hun gezichten, het geweld, de armoede, het onrecht. Ik ontdekte dat in grote delen van de wereld vrouwen helemaal niet zelfstandig zijn. Dat ze vaak niet over hun eigen lichaam, noch leven kunnen beschikken. Die vrouwen hebben me geraakt, hun verhalen hebben me wakker geschud.

Laat ons dan ons model exporteren en alles is opgelost, dacht ik. Tot ik dieper begon te kijken, onder de oppervlakte.  Ook in ons land  beletten structuren en netwerken vrouwen nog steeds om hun volledige potentieel te benutten. De loonkloof, de glazen plafonds, het fysieke en seksuele geweld tegen vrouwen.

We moeten dit aanpakken. Niet alleen omdat we dit moreel verplicht zijn aan vrouwen, maar ook omdat het ontzettend dom is als we de talenten en de inzet van vrouwen onbenut laten. We staan de volgende jaren voor ontzettend grote uitdagingen als samenleving. Van het aanpakken van de klimaatverandering en een economie voor iedereen tot goed omgaan met de vergrijzing.  Ik geloof dat we die uitdagingen kunnen aanpakken en hier sterker zullen uitkomen. Op één voorwaarde: dat we de vrouwen de kans geven om voluit mee te doen.

Anno 2018 is er een nieuwe fase in de strijd voor gendergelijkheid aangebroken. Als we de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen willen wegwerken,  moeten we een versnelling hoger schakelen. Met af en toe een jaar van de vrouw komen we er niet. Met elk jaar één internationale vrouwendag al evenmin.

In mijn boek ‘De eeuw van de vrouw’  schets ik de weg vooruit. Hoe zorgen we we stap voor stap voor meer gelijkheid man/vrouw. Het zal een inspanning van jaren zijn. Maar we zullen er allemaal beter van worden. Vrouwen én mannen.