Annelies D’Espallier, ombudsvrouw gender

Maandagavond. Ik kom thuis na een dag werken in Brussel en als ik de straat indraai, ruik ik al dat er gekookt wordt. Mijn man roert in de potten terwijl onze dochter een treinbaan bouwt. En onze baby zag dat het goed was.

Dinsdagavond. Ik pik de kinderen op van de naschoolse opvang en de crèche. Ik heb nog wat werk te doen, maar dat is voor na kinderbedtijd. We fietsen naar huis en zien onderweg twee eendjes door het water van de parkvijver glijden. Het mannetje in een veelkleurig verenkleed, het vrouwtje in haar vijftig tinten bruin. De kinderen vinden het heerlijk.

Woensdagmiddag. Ik krijg felicitaties omdat ik als jonge moeder mijn voltijdse job gecombineerd krijg met onze twee kinderen. Complimenten maken me blij, maar toch voel ik een kriebel. Het is alsof nog steeds verwacht wordt dat een vrouw minder werkt als er kinderen zijn. Of andersom, dat men denkt dat een man niet deelneemt aan het gezinsgebeuren. Ik antwoord dat mijn man en ik allebei zoeken naar een evenwicht tussen onze voltijdse jobs en het gezin. Ieder van ons doet het op zijn eigen manier, maar we doen het toch echt samen. Ik deel de complimenten ’s avonds met mijn man.

Donderdagochtend. Ik krijg de vraag wie in ons gezin de broek draagt. Ik denk aan mijn man. Die droeg inderdaad een broek toen hij naar zijn werk vertrok. Maar ik vandaag ook.

Donderdagmiddag. Ik lees dat we meer respect en begrip moeten opbrengen voor vrouwen die zich in de eerste plaats richten op hun carrière en dat we ervoor moeten zorgen dat die vrouwen niet met een schuldgevoel opgezadeld worden omdat ze minder doen voor het gezin. Mijn gedachten dwalen weer af naar de eenden in de vijver. In feite zijn dit de vrouwtjeseenden die hun bruin verenkleed wisselen voor een veelkleurig kleed en op die manier proberen op te klimmen. Het spreekt voor zich dat respect voor deze vrouwen nodig is, maar daar stopt het niet.

Nog veel moeilijker ligt de positie van vrouwen die ervoor kiezen volop vrouw te blijven met alle natuurlijke reflexen die daarbij horen, en die tegelijkertijd toch hun positie trachten te veroveren in de maatschappij. Ik denk aan de vrouw die mantelzorger is of de vrouw die kinderen heeft en dit alles wil combineren met een b(l)oeiend beroepsleven. De keerzijde verdient ook aandacht. Denk aan de man die zo dapper is de klassieke patronen te doorbreken door na zijn werk bij thuiskomst mee te draaien in het huishouden en gezin. Het gaat om een vrouwtjeseend die aan het beroeps- en maatschappelijke leven wil meedoen zonder radicaal van verenkleed te moeten wisselen. Het gaat om de eenden, man of vrouw, die niet in het bruin of in een veelkleurig pak verschijnen, maar die het lef hebben de klassieke tweedeling in vraag te stellen en die daarmee een heel nieuw verenkleed aantrekken.

En daar zie ik de kern van het vraagstuk. Kan de samenleving aanvaarden, zelfs stimuleren, dat ieder individu vanuit zijn diversiteit een unieke bijdrage levert, zonder daarbij te blijven spiegelen aan traditionele verwachtingspatronen? Het is toch alleen zo dat ieders talenten en mogelijkheden volwaardig benut kunnen worden. En als we dan toch naar inclusie streven, kan het dan ook voor de eend die een ander lied kwaakt, de eend met een andere snavel of de eend met een gekwetste vleugel?

Donderdagavond. Ik moet nog kleren klaarleggen voor een nieuwe werkdag in Brussel morgen. Wellicht wordt het een broek. Of misschien toch een rok. Maar laat mij de daad bij het woord voegen. Het worden in ieder geval kleren in tinten die mij typeren en dus niet noodzakelijk bruin of veelkleurig.

www.vlaamseombudsdienst.be