Naomi De Bruyne

“Zich eerst omhoog poepen en dan komen klagen. Lafaards.”
“Dat ze met naam en toenaam zeggen wie ze zijn, zodat we tenminste een eerlijk oordeel kunnen vellen.”
“Wat een preutse feministische seuten. Een paar flirterige sms’en, mag je dan als man niets meer?”

Mijn adem stokt. Ik voel mijn hart bonken in mijn keel. Mijn vingers zweven boven het toetsenbord van mijn laptop. Ik stop met lezen. Adem diep en uit. Probeer de voorbijflitsende herinneringen aan grijpende handen, zure adem en verstikkende schaamte van me af te zetten. Maar tegelijk klap ik de reacties op de Facebook artikels over Bart De Pauw opnieuw open. Een verknipte vorm van masochisme? Of hoop dat er iemand rede brengt in de discussie zodat ik me eraan kan vastgrijpen en mijn stuiterende gedachten tot rust komen.

De slachtoffers van Bart De Pauw worden in Facebook-reacties en op Twitter bespot, beschimpt, vernederd. De virtuele wereld slaat er op los en rijt juist geheelde wonden open. Ik wil reageren. Niet langer zwijgen. Niet opnieuw. Maar ik aarzel, scroll door naar een filmpje van een hond die yoga doet. Grappig. Klik op het kruisje van mijn tabblad. Genoeg internet voor vandaag. Geen zin in een lawine van gemene reacties, persoonlijke aanvallen en algemene haat tegen vrouwen. Bang om ondergesneeuwd te worden in mijn eigen conflicterende emoties en argumenten. Want ik ben maar ik. En jij bent maar jij. En zij is maar zij.

Maar allemaal samen hebben we eindeloze verhalen en getuigenissen. #MeToo. Of eerder, wie niet? Sommigen vegen het onder de mat, hullen zich in stilzwijgen, aanvaarden dat mannen toch maar mannen zijn – uit onmacht, angst of schuldgevoel. Sommigen gaan tekeer tegen andere vrouwen, want wees toch assertief en zeg er onmiddellijk iets van. “Bij mij zou het gene waar zijn zunne!” Fantastisch dat jullie dit kunnen, maar ik klap dicht. Of het nu gaat over ongewenste aanrakingen, vernederende berichten op sociale media of aanhoudende telefoontjes. Ik verstar, hoop dat het vlug overwaait en vermijd plaatsen van eerder geweld. En met mij vele andere vrouwen.

Je nek uitsteken en je uitspreken tegen geweld is nodig. Maar tegelijk gooi je je persoonlijke ervaringen te grabbel van de sociale media jury. Je staat naakt en onbeschermd te kijk. Wie het maar wil kan een oordeel vellen over jouw pijn en schaamte. Sociale media geven iedereen een platform om ongevraagde meningen uit te braken. We mogen alles zeggen, tot het meest gortige toe, want vrije meningsuiting, weet je wel. Een recht dat zo zwaar bevochten is en wereldwijd onder druk staat, is vandaag een handig vangnet voor eenieder die erop los scheldt en vulgariteiten uitkraamt. Met als resultaat dat wie niet sterk in zijn of haar schoenen staat, zwijgt, aanhoort of zich terugtrekt van het online strijdtoneel.

Maar zijn het niet de mensen die vrouwen slutshamen, stalken, uitschelden die minder plaats zouden moeten krijgen op sociale media? Het internet is uiteindelijk ook een plek waar je kennis en informatie vindt, contacten kan leggen met gelijkgezinden en je je wereld verbreedt (the world wide web, nietwaar?). Een plek die tot empowerment kan leiden, maar al te vaak een nieuwe plek van geweld tegen vrouwen en meisjes is.

Het is tijd dat de overheid z’n nek uitsteekt en zich tegen deze vorm van geweld tegen vrouwen en meisjes uitspreekt. Een juridisch kader is nodig zodat het niet op individuele vrouwen, zoals jij en ik, aankomt om zich te verweren elke dag opnieuw, op straat, op het werk, online. Zodat we samen in een respectvolle, veilige maatschappij – reëel en virtueel – kunnen leven, waar iederéén zijn mening vrij kan uiten.