Kristien Hemmerechts, auteur

Vrouwen kunnen de grootste vijand zijn van vrouwen. Met andere woorden gezegd: ik koester weinig illusies over zusterschap en vrouwensolidariteit, ik weet maar al te goed dat heel wat vrouwen elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Goddank zijn er minstens even veel vrouwen die dat wél doen. Hoera!

Regel nummer één van ‘mijn’ feminisme: vrouwen, wees blij als het een andere vrouw voor de wind gaat, word nooit medeplichtig aan de onderdrukking van je seksegenoten. Onderdruk ook mannen niet, maar het gaat hier nu even over vrouwen. Niet alles in één keer.

Vrouwen houden elkaar en zichzelf in het gareel. Denk ik. Niet alle vrouwen doen dat, en ze doen het ook niet altijd, maar nogal wat vrouwen doen het wél. Nauwlettend houden ze van elkaar in de gaten hoe ze zich gedragen, hoe ze zich kleden, hoe ze zich laten kappen. Vrouwen kunnen erg streng zijn voor zichzelf en voor andere vrouwen, veel strenger dan voor mannen. Ik ben hier schandelijk aan het veralgemenen, dat weet ik.

Waar komt die strengheid van vrouwen voor vrouwen vandaan? Zit ze ín de vrouw ingebakken, of is ze opgedrongen? Dat is de hamvraag.

Mannen – niet alle mannen, natuurlijk – kunnen bewondering én respect opbrengen voor een vrouw die het lef heeft om niet in het gareel te lopen. Die vrouw kan meer steun te beurt vallen van mannen dan van vrouwen. Niet altijd, natuurlijk. Soms zal ze van mannen klappen moeten incasseren, als die bijvoorbeeld het gevoel hebben dat ze zich op ‘hun’ territorium begeeft; als ze de concurrentie niet waarderen; als ze vinden dat ze moet worden weggejaagd. Een reden te meer om te zeggen: Vrouwen, wees mild voor jezelf en voor anderen! Dat is mijn tweede regel.

Regel nummer drie: vrouwen, hou ermee op mannen te behagen. Behaag eens een vrouw. Of jezelf.

De energie die vrouwen in hun uiterlijk steken! De fortuinen die ze eraan spenderen! En dat allemaal om het mannelijke heteroseksuele oog te behagen. Om aandacht te krijgen van de heteroseksuele man, om hem te prikkelen en uit te dagen.

Vrouwen zijn meesters – of moet ik zeggen: meesteressen – in het aanvoelen van wat een man graag wil horen of zien. En ze bedienen hem op zijn wenken. Ze voeden zijn ego. Niet altijd doen ze dat, maar vaak.

Doe ik het?

Ik heb het gedaan, maar ik doe het minder en minder. Hoe langer hoe meer wil ik trouw zijn aan mezelf. Ha!

Dat ‘mezelf’ wil vrij kunnen denken en leven en schrijven en spreken en handelen. Daar moet je als vrouw iets steviger voor in je schoenen staan dan als man. De tegenwind kan fiks waaien.

Wie denkt ze wel dat ze is?

Wat beeldt ze zich in?

En – zie het vorige blokje – vaak zijn het vrouwen die dat zeggen.

Regel nummer vier – eentje voor mannen én vrouwen: Denk niet, denk nooit dat een man belangrijker is dan een vrouw, dat zijn noden, behoeftes en verlangens zwaarder doorwegen, dat zijn mening en visie meer gewicht in de schaal leggen. Luister even aandachtig naar een vrouw als naar een man. Geef haar even veel ruimte om te zeggen wat ze denkt, ook wanneer ze iets zegt wat jou niet welgevallig is. Noem haar niet hysterisch. Lach haar niet uit. Probeer te achterhalen wat ze bedoelt. Stel bijkomende vragen, indien nodig. Word niet verontwaardigd.

Wanneer je iemand op de man of vrouw af vraagt of mannen belangrijker zijn dan vrouwen zal hij antwoorden: nee! En zij ook.

Van de meeste vooroordelen zijn we ons nauwelijks bewust. We krijgen ze mee met de lucht die we inademen, het leidingwater dat we drinken. Ze zijn zo alomtegenwoordig dat we ze nauwelijks opmerken. Ze zijn immers ‘normaal’. Ook vrouwen zijn er niet immuun voor. Zie – alweer – het eerste blokje.

Maar dan open je je ogen en je beseft: het is níet normaal.
Je bent feminist geworden. Je voelt je vrij, bevrijd.
Het leven kan beginnen.