Lies Cattersel blogt op ‘Mijn mama en ik’

De tijd dat vrouwen bovenop de barricades kropen en hun bh’s ritueel verbrandden om verandering te eisen, ligt achter ons. Dat van die bh’s verbranden, bedoel ik dan. De harde korsetten veranderden in bodyfit en ultrasofte stofjes met nauwelijks voelbare beugels. Geen strakke keurslijven meer, maar ademend katoen en zijdezachte kant. Enfin. De bh’s zijn niet de reden dat ik schrijf. Dan was ik wel bij Marie Jo of Chantelle gaan aankloppen.

’t Is niet waar, hoor, trouwens. Dat van die bh’s verbranden. Een verzinsel van een journalist die voor een conservatieve Britse krant schreef, om het feminisme in het belachelijke te trekken. Vastketenen aan hekkens. Naakt protesteren. Dat wel. Maar geen bh’s verbranden.

Geef toe, ’t trok wel jullie aandacht. Die wilde ik. En, no worries, ik hou m’n kleren aan. De barricades zijn er nog steeds. In de vorm van glazen plafonds, ongevalideerde zorgtaken of deeltijds werk-want-anders-niet-haalbaar-in-combinatie-met-een-gezinsleven. Want hoe we het ook draaien of keren, de zorg voor kinderen of ouders en zieken, komt bovenop het betaalde werk dat we doen. Ervoor. Erna. Tijdens. Tussen de soep en de patatten. En pas op, het gaat niet alleen over vrouwen. Dat weet ik wel. Ook mannen voelen zich geprangd tussen werk en zorg, maar toch nog minder dan vrouwen. Maar de feiten blijven nu eenmaal wat ze zijn: de werkdruk neemt toe, meer vrouwen gaan deeltijds werken wanneer er kinderen komen, vrouwen hebben vaker een onderbroken loopbaan en een lager pensioen én uit de burn-outcijfers blijken meer mannen dan vrouwen in de statistieken terecht te komen. Ik verzin het hier niet. Het kwam de voorbije maanden en weken in de media en werd grondig onderzocht. Het is een realiteit.

Er moet iets veranderen. Zo kan het niet langer. Dat is de reden waarom ik schrijf. Omdat het niet meer werkt zoals we nu werken. En, ja, ik schrijf ook omdat ik zelf uit de ratrace gekickt werd. De bocht uit en tegen de muur. Keihard. Met mijn volle gezicht. Burn-out. Stempel. ‘k Heb het er heel moeilijk mee gehad. Lang geprobeerd om lijf te laten luisteren naar hoofd. Tot dat lijf op de noodrem sprong. Me deed slippen en crashen. ’t Is vreemd. En, nee, ik had het niet verwacht. ‘k Heb tijd gekregen. Om na te denken. Me te bezinnen. Shit. Veel tijd. Het wringt nog. Maar het lukte niet meer. En ik heb nog het geluk om een man aan mijn zijde te hebben die een deel val ‘mijn’ taken overneemt. Of ze sowieso al deed. We denken niet in genderhokjes binnen het huishouden. Ik ben niet alleenstaand. Want dan lijkt het me nog moeilijker om alles gecombineerd te krijgen.

Het moet anders kunnen. ‘Zorgen voor’ moet naar waarde geschat worden. Vrouwen en mannen gelijkwaardig behandeld. De organisatie van betaalde en onbetaalde arbeid herbekeken.
Laten we tijd creëren.

Het werk herverdelen: van een 38-urenweek (of meer) naar 30 uren – mét loonsbehoud. Iedereen werkt. Niemand is overwerkt. Er werden al geslaagde experimenten uitgevoerd. In Göteborg werkte het personeel van een rusthuis gedurende 23 maanden 6 uur per dag. Die daling zorgde voor veel minder ziekteverzuim.  De kwaliteit van de zorgverlening ging erop vooruit. Er moesten nieuwe personeelsleden aangetrokken worden om de zorg 24/24 te kunnen garanderen. Positief dus ook op het vlak van tewerkstelling. Er komt tijd vrij in zo’n werkweek. Ruimte.
Voor hobby’s. Voor zorg. Voor niks doen. Rust. Maar ook tijd om iets terug te doen voor de samenleving. Voor vrijwilligerswerk. Of… vul zelf maar aan.

De kans en het vertrouwen krijgen om tijd- en plaatsonafhankelijk te werken, waarbij er flexibiliteit is. Op maat van de werknemers. Gescheiden ouders die co-ouderschap kozen en de ene week meer uren presteren om de volgende week, wanneer hun kinderen bij hen zijn, er minder te doen en zo meer gezinstijd krijgen.

Maar niet alleen het aantal betaalde arbeidsuren herverdelen, zou een goede opties zijn. Ook de kwaliteit van het werk heeft een impact op gezondheid en welbevinden. Wanneer je jouw talenten kan inzetten en een zinvolle bijdrage kan leveren aan het werk dat binnen de organisatie wordt verricht, geeft dat voldoening. Je hebt impact en wordt erkend. Een verschuiving van een hiërarchisch systeem naar zelfsturende teams met een eigen verantwoordelijkheid en daarbinnen de kans om per project op te nemen wat het beste aansluit bij je ervaring, kennis en tijd. Job crafting kan een eerste stap zijn.

Ik kan nog veel mogelijkheden opnoemen waarop het werk meer ‘werkbaar’ kan gemaakt worden. En het leven daardoor meer leefbaar. Maar het is ook tijd om op tafel te slaan voor werkbaar werk en een betere waardering voor zorg. Dat gaan we doen op 7 mei, op de Grote Parade van Hart Boven Hard. Wie klopt er mee op tafel?