Alona Lyubayeva, Vlaams Diversiteitsambtenaar

Beslist ben ik een feministe. Eentje van het soort dat zich bekommert om gelijke kansen voor vrouwen én mannen. Dat huivert van de effecten van stereotiep denken op het leven van reële mensen. Dat de oplossing voor genderongelijkheid niet zozeer zoekt in het uit-huis-werken van vrouwen, maar wel in de ondersteuning van kansen en keuzes door een overheid die inzet op maatschappelijke correctie.

Ik ben opgegroeid in een samenleving die gelijkheid van vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt de facto had bereikt. Dit durf ik zonder aarzelen te beweren. In Oekraïne werkten de meeste mannen en vrouwen uit huis, zowel in de stad als op het platteland. Zelfs al kende een bepaald beroep een mannelijke of vrouwelijke meerderheid, dan nog kon je niet spreken over “mannelijke” of “vrouwelijke” beroepen, omdat ook het andere geslacht stevig vertegenwoordigd was. Vrouwelijke slagers, ingenieurs, bouwvakkers, lassers, dokwerkers waren net zo min uitzonderingen als mannelijke verplegers, leraren, schoonheidsspecialisten, dansers, zangers of kappers… Vrouwen aan de top? Zelfs geen uitdaging: vrouwelijke rectoren, kosmonauten of ministers waren er geen uitzondering.

Als vierde generatie uit-huis-werkende vrouwen ervoer ik deze realiteit als norm. Zo werd ik een doorleefde feministe. Ik ondervond dat uit-huis-werken de emancipatie van vrouwen absoluut ten goede komt. Je bent niet langer de speelbal van omstandigheden of relationele afhankelijkheid. Je eigen boterham verdienen en in contact komen met anderen, maakt je zekerder in de omgang en in het maken van keuzes. Werken opent werkelijk een deur naar de omgeving en geeft je kansen op zelfbeschikking, zoals onderwijs het venster naar de wereld opent.

Ik ontdekte er ook welke cruciale rol dat onderwijs speelt. De directe leefwereld van een kind bepaalt welk stereotypen worden gevormd of gebroken. Zie je als kind enkel vrouwelijke leerkrachten, dan is dat de norm. Uit wat je ziet en meemaakt leid je onbewust af welke beroepen, welk gedrag, welke houdingen je hoort aan te nemen. Daarom hebben jongens en meisjes uiteenlopende opvattingen, emoties en gedrag van uiteenlopende mannelijke én vrouwelijke rolmodellen nodig om uit te groeien tot genderevenwichtige personen. Jongens en meisjes moeten ervaren dat niet je gender het beroep bepaalt maar dat talent en hard werken elk beroep mogelijk maakt. Die voorbeelden had ik in mijn schooltijd in overvloed. Zowel mannelijkheid als vrouwelijkheid werden gevierd. Gender is nooit of-of, maar steeds én-én.

De overheid kan hiertoe het klimaat bepalen. Zij kan een gendergelijke samenleving met een gelijkwaardige arbeidsparticipatie van vrouwen bevorderen of fnuiken. Gendergelijke samenlevingen erkennen en waarderen dat mannen en vrouwen biologische verschillen hebben, accentueren de noodzaak van het opnemen van zorgende taken voor kinderen en ouderen en begrijpen de effecten die dit heeft op de positie van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt. In Oekraïne verkoos de overheid om vrouwen ruim bevallingsverlof te geven – één jaar recht, tot drie jaar gunst – een kindzorgnet uit te bouwen, om het werken op alle mogelijk tijdstippen mogelijk te maken en schakelprogramma’s te ontwikkelen om eventuele professionele achterstand weg te werken. In Scandinavische landen stimuleren de overheden de combinatie van zorgtaken en arbeid bij zowel mannen als vrouwen. Een kortere werkweek van 30 tot 33 uur, één jaar bevallingsverlof te verdelen tussen de partners, premies voor de werkgevers, een performant opvangnet en een uitgebalanceerd onderwijssysteem zorgen ervoor dat twee werkende ploeterouders het allemaal geregeld krijgen en volwaardig kunnen participeren.

In Vlaanderen is de gendergelijkheid op de arbeidsmarkt nog lang geen feit. Jongens en meisjes hebben theoretisch wel een gelijke toegang tot het onderwijs en theoretisch kunnen ze elk mogelijk beroep kiezen, maar in de praktijk gaat die gelijkheid vaak de mist in. Niet de juiste keuze kunnen maken, niet voldoende ondersteuning krijgen om talenten te laten ontplooien, zwakke sociale positie, geen middelen… zorgen ervoor dat meisjes (én jongens) van buitenlandse herkomst nog steeds  in kansarmoede terechtkomen en zelden sociale sprong maken. En daarnaast gaapt in Vlaanderen een loon- en pensioenkloof die aan het huidige tempo pas over tweehonderd jaar is weggewerkt. Ondanks een reeks positieve maatregelen kampen vrouwen in Vlaanderen met verschillende moeilijkheden om op de arbeidsmarkt te participeren en verticaal door te groeien. Zo is het vaak niet haalbaar om de uren van naschoolse opvang te halen, leidinggevende positie te combineren met het gezin of vakanties te overbruggen – waarbij dan vaak wordt verwacht dat de vrouw die zorg maar op neemt. Of krijg je met regelrechte discriminatie te maken omdat je toekomstige werkgever je kinderwens en het bijhorende zwangerschapsverlof of deeltijdswerken maar niks vindt…

Ik hoor vaak “Je bent een superwoman”, “Hoe combineer je in godsnaam drie kinderen en jouw job?”, “Je hebt het gemaakt!”… Ik hoor dat niet graag, want het bewijst telkens opnieuw dat er veel vrouwen zijn die het niet kunnen maken omdat de keuze tussen het werk en de kinderen te zwaar weegt, omdat de druk die de combinatie met zich meebrengt onhoudbaar is, omdat de werk-privécombinatie in sommige jobs onmogelijk is, omdat sommigen geen partner of netwerk hebben om hen bij te staan en soms omdat het werken niet de moeite loont.

Ik ben een vrouw én ik ben erin geslaagd om de zorg voor de kinderen te combineren met een uitdagende job, maar ik besef al te goed dat mijn verhaal geen evidentie is en mag geen norm zijn.  Zolang we succesvolle vrouwen supervrouwen blijven noemen, bewijst dat succesvolle vrouwen uitzondering zijn en dat we nog niet in een gendergelijke supersamenleving leven