Ilona Lodewijckx, founder bij  Fille Folle

Meisjes? Da’s drama. Katten en klauwen en roddelen achter elkaars fashionable rug. Geef mij maar een kerel. Recht door zee, geen bullshit, vuist op tafel.
Ik heb het zelf als tiener vaak gepredikt. Dezelfde redenering hoor ik m’n jongere zus soms uitbraken. Dat we niet zijn zoals andere meisjes. Geen popjes, trutjes, zagewijven. Wij zijn chill. Wij kunnen lachen met de mopjes die ons lichaam, onze gevoelens en onze vriendinnen radicaal de grond inboren. Wij kunnen om met jongens die met ons hart en lijf spelen, want onze eisen of wensen of vragen om basisrespect zouden het voor de jongeman in kwestie alleen maar lastig maken.

Wij zijn drama free

Het heeft me jaren gekost om uit die kromme redenering te groeien. Om in te zien dat ik een persoon op zich ben, die recht heeft om te voelen en te denken en te twijfelen. Dat ik dat alles niet in de vergeetput moet dumpen om een ander vrijuit te laten gaan als hij me kwetst. Dat de drama die in meisjesvriendschappen schering en inslag is voortkomt uit jaloezie. En dat die jaloezie z’n wortels heeft in het scheve idee dat de waarde van een meisje stopt bij hoe mooi of chill ze is.

Meisjes moeten gaan beslissen dat andere meisjes hun bondgenoten zijn, niet hun rivalen in de strijd om mannelijke goedkeuring. Meisjes die sterk in hun schoenen staan trekken andere meisjes omhoog, in plaats van hen met venijnige commentaar in de stront te duwen. Want wie dat doet, geeft meteen de jongeheren een vrijkaartje om hetzelfde te doen. ’t is zoals die ene Mean Girls-quote die om de een of andere reden zelden gequote wordt: “You all have got to stop calling each other sluts and whores. It just makes it okay for guys to call you sluts and whores.”

En toch. Kan je ’t ons kwalijk nemen?

Het is 2002. Ik ben 10 en krijg een stapel meisjesmagazines van m’n zes-jaar-oudere tante die er zelf wat uitgegroeid is. Ik zwijmel over de glossy covers. Overal prachtige modellen die niet op me lijken. Coole kleren die ik niet kan betalen. Quizzen die me meer vertellen over welke celeb bij me past (please, Jake Gyllenhaal), welke kleur oogschaduw m’n ogen beter doet uitkomen  (donkerpaars) en met welke moves ik een lief strik.

Na gezellig met m’n familie te zitten smullen van m’n mama’s meesterlijke kip met mango/ frietjes met vol-au-vent/spaghetti a la mama, las ik in m’n bed over hoe ik asap van m’n winterkilootjes afraakte, vergeleek ik m’n eigen babyvettig buikje met de wasbordjes van Victoria’s Secret Modellen, en voelde ik het schuldgevoel over m’n verterende feestmaal zachtjes groeien.

De rest van m’n tienerjaren bracht ik door op de weegschaal. Met een lintmetertje rond m’n middel en steeds uitzettende dijen. Scrollend op tumblr-blogs die dun zijn — héél dun zijn — als hoogste goed zagen. Steeds hunkerend naar het lijf van Candice Swanepoel, maar te hongerig om uit de snoepkast te blijven, en gelukkig ook te rationeel om door te zetten als ik na het eten rochelend boven de toiletpot hing. En zo bleef ik vastzitten in een pijnlijke spiraal van chocoladekoekjes en zelfhaat.

Als ik niet aan het meten, wegen of knabbelen was, kwijnde ik weg voor één of andere kerel. Ik lachte met z’n mopjes, ook als die niet grappig waren. Ik wuifde weg wat hij deed, ook als het voelde alsof ik een baksteen in m’n maag had. Ik boetseerde mezelf in precies de vorm die hij zou willen. Als ik wat dunner was zou hij me wél leuk vinden. Als ik me wat sexier kleedde zou hij me wél leuk vinden. Een verbazend vermoeiende interne monoloog, believe you me.

Ik was een product van meisjesmagazines. De magazines met één soort vrouw op de cover. De magazines die me handig aanduidden wat er allemaal met me scheelde, maar me toch aanmoedigden om zelfvertrouwen te hebben. De magazines die weinig meer substantie hebben dan tips om hem te vinden. Me te kleden naar wat hij mooi vindt. Me te schminken zoals hij dat graag ziet. Te doen wat hij zoal leuk vindt in bed.

En zo, na een tijdje van dat, worden andere meisjes inderdaad je rivalen. Ga je hen benijden om hun gazellenbenen of ogen of kleerkast. Ga je je afvragen waarom zij wél, en ik niet.

Da’s waarom Fille Folle het anders wil doen. Deze zomer bundelde ik de krachten met goede vriendin en multi-talent Aurike Quintelier, en stampten we een girl positive initiatief uit de grond. In een tweewekelijkse nieuwsbrief voor meisjes tussen (ruwweg) 13 en 17 hebben we het over échte topics en échte rolmodellen. En onze spotlight schijnt voor alle meisjes. Bruin, blank, zwart, dik, dun, hetero of niet, als meisje geboren of niet, en alles daartussen.

Geen Fille Folle meer die zichzelf nooit gerepresenteerd ziet. Geen Fille Folle meer die ’s nachts op haar kamertje ligt te huilen om de omvang van haar billen. Geen Fille Folle meer die haar gevoelens wegslikt voor een jongen. Geen Fille Folle meer die nog zegt: “Meisjes? Da’s drama.”