Fran Bambust, Ovum Perplexicorum

Ik weet niet of ik een feministe ben. Ik hoop het eigenlijk wel, want ik associeer het met gelijke rechten, gelijke kansen, openheid voor expressie en invulling en gelijke waardering van inbreng, inspanning en resultaat. Waarden die ik zelf wel hoog in het vaandel wil dragen.
Alleen…

Ik weet niet of ik een feministe ben. Ik geef toe dat ik heel zelden naar mijn omgeving of ‘de maatschappij’ kijk vanuit die taxerende blik. Toch lijkt me dat ook dat een vereiste om de naam te kunnen dragen. Net zoals je jezelf pas socialiste, atheïst of existentialist kunt noemen als je je omgeving regelmatig vanuit dat kader bekijkt. Ik zet die bril wel eens op wanneer ik merk dat een filmheld weer een man is, wanneer blijkt dat sommige jongens mijn ‘Plafondmeisje’ niet willen lezen ‘omdat het over een meisje gaat’ of wanneer een moeder me trots omgekeerd normerend zegt dat ze haar dochter ‘nooit een prinsessenkleedje zal geven. Maar is dat genoeg om de naam in volle ornaat te kunnen dragen?

Ik weet niet of ik een feministe ben. De genderbegrippen verwarren me nog steeds teveel om er zinvol mee om te kunnen gaan. Ik weet nog steeds niet waarom ik zo gedreven was om me als vrouw te definiëren en er mijn lichaam en expressie naar aan te passen. Heb ik me laten sturen door een maatschappelijke druk om een lichaam aan een gevoel en een expressie aan te passen? Om het eenvoudig te houden? Heb ik een interne homofobie vertaald in een maatschappelijk makkelijker vrouwelijk stereotype? Wat is mannelijk en vrouwelijk? Welke stereotypen?

Ik weet niet of ik een feministe ben. Ik heb me zeker geërgerd toen mensen uit mijn omgeving, mannen én vrouwen, me bijstuurden tijdens mijn transitie. “Dat doet een vrouw niet.” “Als je vrouw wil worden, zal je toch wel anders moeten praten/zitten/lopen…” Wanneer ik hard wou fietsen, was dat haantjesgedrag en ‘dus niet vrouwelijk’, en die romantische komedie zou ik toch wel verkiezen boven die science-fiction-film? Ik heb me eraan geërgerd. Kon ik dan niet een eigen soort vrouw zijn, een ‘neo-vrouw’, zoals ik het noemde?

Anderzijds wou ik ook als vrouw herkend en erkend worden, en dus koos ik er bewust voor om een aantal stereotiepe signalen wel degelijk uit te sturen om mijn diepere stem en mijn postuur te balanceren: langere haren, kledij, houding, pogingen tot stembuigingen, woordkeuzes… Een kwellende maar ook leerrijke confrontatie waarin je speelt met die man-vrouwverwachtingen en test waar de grenzen liggen om bij de ene groep en net niet bij de ander gerekend te worden. Als feministe hoor ik geen grenzen te willen, vind ik dan, maar stiekem wil ik ze wel. Stiekem wil ik dat ‘Na u, mevrouw’ horen. Stiekem vind ik het leuk wanneer iemand een deur voor me open houdt. En niet eens zo stiekem ben ik best wel blij als ik nagekeken, getaxeerd en een tikkeltje aantrekkelijk gevonden word.

Ik weet niet of ik een feministe ben. Ik ben me bewust van de dwingende kracht van culturele narratieven, maar ik weet niet waar sociaal narratief eindigt en identiteit begint. Ben ik als transvrouw verdwaald in die culturele creatie van de vrouw of is het mijn identiteit? Waarom krijgt een transmeisje een applaus als ze dat prinsessenkleedje aantrekt en heet een bio-meisje geïndoctrineerd als ze naar diezelfde jurk verlangt? Is feminisme niet een openheid voor expressie en invulling in welke richting dan ook, aangemoedigd in welke richting dan ook?

Ik weet niet of ik een feministe ben. Ik weet niet of ik het wel echt ervaar wat het is om vrouw te zijn. Om kansen te missen of te krijgen. Ik ben pas laat in mijn leven onder dat label gaan postvatten, toen ik al vele kansen, rechten en toegangen had genoten. Ik weet niet of ik me door het aannemen van een vrouwelijke persona in een andere sociale positie heb gezet. Ik ervaar die positie ook niet. Word ik als vrouw gezien? Kijk ik als vrouw? Ben ik ‘maar’ een transvrouw? Hoor ik er wel bij? Wat is dat, ‘erbij horen’? Wat is ‘vrouwelijk kijken’, ‘vrouwelijk gedrag’…?

Ik zou het graag zijn, beslist feministe. Ik zou graag helder zien en die waarden netjes door mijn lijf, mijn daden en mijn leven vlechten. Maar ik vrees dat ik moet toegeven dat ik met een verwarde blik vanop de zijlijn stil sta te duimen. Want ik wil ze beslist wel voor een utopische wereld. Dat spreekt voor zich. En als die wens volstaat, dan… ja, dan ben ik het wel, feministe. Beslist wel.

http://www.perplexicorum.com/