Eva Brems, Professor of Human Rights Law, HRC UGent

Ik ben feminist. Ik kom op voor de rechten van vrouwen. Ik kom ook op voor de rechten van LGBTs, van personen met een handicap, van inheemse volkeren, van kinderen, van culturele en religieuze minderheden, van werknemers, van vluchtelingen, van de Palestijnen, de Sahrawi’s, de Koerden en alle andere onderdrukte volkeren, …  ik kom op voor de rechten van iedereen. Mijn expertisedomein en het uitgangspunt van mijn activisme zijn de mensenrechten. Ik kom dus op voor veel doelen, en voor veel mensen.

Maar mijn feminisme is toch nog iets anders dan die andere vormen van activisme. Om te beginnen is het persoonlijk. Omdat het (ook) over mijn eigen ervaringen gaat. Omdat feminisme het niet enkel wil hebben over politiek of economie, maar ook over ons persoonlijk leven. En omdat een feministische methodologie vertrekt vanuit persoonlijke verhalen om een principieel of theoretisch punt te maken. Behalve om die persoonlijke dimensie, is mijn feminisme ook anders dan andere vormen van engagement, omdat het niet stopt bij de mensenrechten. Je zou het soms vergeten, omdat mensenrechten op zo grote schaal geschonden worden, maar mensenrechten zijn in feite een minimalistische agenda. Respect voor de mensenrechten is geen programma voor een rechtvaardige samenleving, het is enkel een begin, een randvoorwaarde. Daar bovenop enten zich meer ambitieuze doelstellingen. En daar zijn de objectieven van het feminisme in een land als België in 2017 te situeren. Gendergerelateerde schendingen van de mensenrechten van vrouwen zijn nog niet verdwenen (denk aan ontoereikende reacties op huiselijk geweld, of denk aan vluchtelingen). Maar veel obstakels voor échte gelijke kansen  van vrouwen in België vandaag, situeren zich op een subtieler niveau. Hardnekkige genderstereotiepen en rollenpatronen zijn de doelwitten. Wat we daarvoor nodig hebben, is een verandering op het niveau van mentaliteit en cultuur. Dat kunnen we niet in een wet gieten, waardoor de jurist die ik ben zich op onvertrouwd terrein begeeft. Maar dat moet dan maar.

Ik was 25 toen ik voor het eerst feministische teksten las, in het kader van een postgraduaatvak ‘Women and the Law’ in de VS. Ik vond het interessant, maar kan niet zeggen dat het me toen erg aansprak.  Ik voelde me soms van een andere planeet komen dan de Amerikaanse medestudentes, die hevig discussieerden over zaken zoals moederschapsverlof, die in Europa al lang verworven waren. Ik had toen het gevoel dat feminisme in de VS wel nodig was, maar in Europa toch veel minder. Tien jaar later creëer ik aan de UGent een vak ‘Recht en Gender’. Op die tien jaar ben ik er blijkbaar helemaal anders over gaan denken. Wat er is dan in de tussentijd gebeurd? Gewoon, het leven: een job, kinderen. En geleidelijk aan de realisatie dat er iets niet klopt. Het dringt geleidelijk door als blijkt dat in de faculteitsraad vrouwelijke professoren de facto geen stemrecht hebben, omdat men pas stemrecht heeft vanaf de rang van hoogleraar, en er waren geen vrouwelijke hoogleraren. Je ogen gaan open als je vriendinnen en vrouwelijke collega’s ziet overschakelen naar minder ambitieuze of deeltijdse jobs omdat ze het anders niet gecombineerd krijgen met hun gezin. En als blijkt dat er met zwangere professoren geen rekening is gehouden: na moederschapsverlof in het eerste semester moest ik in 2001 gewoon dubbel zoveel uren les geven in het tweede semester. Het is de opeenstapeling van honderden alledaagse dingen. De reacties als je voor je werk een week naar het buitenland gaat (‘Zorgt je moeder dan voor de kinderen?’ ‘Eh nee, hun vader’). Hoe moeilijk het is om aan het woord te komen in vergaderingen waar je de enige vrouw bent. Hoe assertief je moet zijn binnen en buiten de relatie als je niet meer dan een fair deel van het huishoudelijk werk wil doen. En hoe een man die zijn fair deel van dat werk doet, wordt bewonderd als een ‘nieuwe man’. Micro-discriminaties, laag op laag gestapeld en verweven tot een strak net, waarvan je je op een dag realiseert dat je er in vastzit. De zoektocht naar de uitgang uit dat net is een belangrijke drijfveer van mijn feministisch engagement.