Meyrem Almaci, voorzitter Groen

Twaalf jaar was ik. Een druk kind uit een klassiek migrantengezin. Een boekenwurm met uitgesproken mening en twee linkerhanden. Slordig en onhandig, en ook veel te snel afgeleid. Maar ook: zo koppig als een steenezel, en veel te lawaaierig bovendien. Ik kon het niet. Het ging niet. Ik wilde wel luisteren en niemand verdriet doen, maar het was toch mijn leven? En aangezien het mijn leven was, ook mijn beslissing.En dus sprong ik in het diepe.

En het lukte.

Zonder medeweten van mijn ouders, tegen advies van geestelijken en PMS in, en met mijn twee jaar oudere zus als partner in crime, schreef ik me in voor het Algemeen Secundair Onderwijs (ASO). Als allereerste uit onze gemeenschap. Omdat ik het wilde. Omdat ik me niet kon voorstellen dat ik snit en naad zou studeren. Omdat ik droomde van verder studeren.

Pas jaren later besefte ik wat mijn zus op dat moment voor mij heeft gedaan. Zelf zat ze al twee jaar in snit en naad, net als mijn twee andere oudere zussen vóór haar. Niet omdat ze bovenmatig talent of passie had voor patroontekenen en naaiwerkjes allerhande, maar omdat dit de ‘logische’ weg was die voor meisjes als ons werd uitgestippeld. Zij was het die bij de directrice mijn verhaal legitimiteit gaf. Onze ouders waren met vakantie in Turkije (niet waar) en daarom kwam ik me inschrijven met mijn oudere zus. Maar wel in het ASO want kijk, ik had de beste resultaten van het hele zesde leerjaar (dat was niet gelogen) .

De directrice vroeg gelukkig niet door. Ik ben doordrongen van het diepe besef dat ik vandaag wellicht een totaal ander, veel voorspelbaarder leven zou hebben gehad mocht ik op die cruciale dag, door die twee andere vrouwen, niet geholpen zijn geweest. Een zus die voor mij wilde liegen, een directrice die genoegen nam met de uitleg van dat meisje van 12 en dat van 14.

Ik had mijn zelfbeschikking afgedwongen, maar het was me nooit gelukt zonder hulp van anderen die mijn strijd herkenden en me een zetje gaven. Anderen hadden minder geluk. Vriendinnen en zussen die zelf vastzaten in traditionele rolverwachtingen, hoewel er tussen hen en mij nauwelijks verschil was in intelligentie.

Daar is het begonnen. Daar werd de kiem gelegd. Ik werd in de loop der jaren steeds uitgesprokener. Het recht van vrouwen, en bij uitbreiding van minderheden, om hun eigen levenspad uit te stippelen, zonder dat anderen voor hen beslissen, werd een rode draad in mijn leven.

Tussen de debatten in ‘Baas in eigen buik’ en ‘Baas over eigen hoofd’ blijkt er immers te weinig veranderd aan de onderliggende patronen. De neiging om steeds over de hoofden van de betrokken vrouwen heen te debatteren, is nog al te zeer aanwezig. Vrouwenrechten staan door de aanhoudende crisis ook steeds meer onder druk, in heel Europa.  De besparingslogica  treft vrouwen buitensporig hard: zij zitten immers veel vaker in deeltijdse systemen en meer precaire jobs. In het Europees Parlement beukt een ultraconservatieve lobby ondertussen onafgebroken op culturele verworvenheden van vrouwen en minderheden in.

Maar ik ben optimistisch. Steeds meer vrouwen verzetten zich, en ze doen dat luidkeels.  Ze brengen de ongemakkelijke waarheden een voor een naar buiten. Aan de hand van cijfers en statistieken, maar vooral, door te vertellen over hun eigen ervaringen. Van de academische wereld (met SASSY) tot de showbizzindustrie (met woordvoerders als Emma Watson). Maar niet alleen bekende vrouwen nemen het woord. Naar aanleiding van het debat over abortus beslisten Poolse vrouwen de regering te bombarderen met intieme details over hun menstruatie, vergezeld van de hashtag  #TrudnyOkres (zware ongesteldheid).  “De regering wil de controle over onze baarmoeders, eierstokken en zwangerschappen”, aldus de initiatiefnemers. “Laten we het hen gemakkelijk maken en ze alle details geven.”

Via sociale media verspreidt het vuur van de vierde feministische golf zich razendsnel: in hashtags als #wijoverdrijvenniet, #1 is1teveel, en #yesallwomen die de ogen doen opengaan. Die verhalen, gaan over de impact van dagdagelijkse opmerkingen, van mansplaining over blaming the victim tot letterlijk de mond snoeren.

Miljoenen vrouwen vechten vandaag voor het behoud van verworven rechten én voor nieuwe. Van het recht om borstvoeding te geven in het openbaar  tot de vraag om meer ouderschapsverlof. Meer ouderschapsverlof, niet het karige dat er nu al is delen onder het mom van keuzevrijheid. Moeders én vaders vragen terecht meer tijd om allebei een band op te kunnen bouwen met hun kind. Niet elk maar half, of slechts een van de twee. Allebei.

En zo komen we op een belangrijk nieuw spoor: een waarbij ook de ingesleten stereotypen over mannen als belangrijkste kostwinners meer en meer worden uitgedaagd. Terwijl vrouwen vechten voor gelijke behandeling in de publieke arena en op de werkvloer, strijden meer en meer mannen voor een gelijke behandeling op vlak van zorg voor hun gezin. Het is dezelfde strijd. Een strijd om meer zelfbeschikking.

Veertig jaar ben ik nu, en optimistischer dan ooit tevoren. Het drukke en koppige kind van twaalf gebruikt haar doorzettingsvermogen en dossierkennis om anderen vooruit te helpen. Zoals ook ooit zij vooruitgeholpen werd. Omdat we uiteindelijk, allemaal, hetzelfde willen: zelfbeschikking.