Riet De Baets, permanent vertegenwoordiger Zonta International bij de Vrouwenraad, www.zonta.org

Wie nog geen feminist is of wie feminisme nog altijd een vies woord vindt: hij of zij leze het pas verschenen boek van Alexander De Croo, ‘De eeuw van de vrouw. Hoe feminisme ook mannen bevrijdt’.

In een uitstekende inleiding vertelt De Croo hoe hij eerst politicus en zeer recent ook overtuigd feminist is geworden. Politicus werd hij uit verontwaardiging over o.a. het immobilisme in de politiek, de institutionele impasse en het vaak inefficiënte bestuur. Over zowat alles was hij verontwaardigd behalve over ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Dat was voor hem nooit een probleem, omgeven als hij was door sterke vrouwen zoals zijn moeder en later zijn eigen vrouw: allebei hooggekwalificeerde vrouwen met een eigen inkomen en een eigen carrière. Voor hem had het klassieke strijdbare feminisme zijn doel bereikt.

Tot hij – naar eigen zeggen – minister van Ontwikkelingssamenwerking werd en hij geconfronteerd werd met de onderdrukking van vrouwen in Afrikaanse landen. In Senegal waar vrouwen de lokale economie draaiende houden en tegelijkertijd moeten zorgen voor voeding en opvoeding van de kinderen. Of in Oost-Congo waar hij geconfronteerd werd met hartverscheurende verhalen over verkrachting als oorlogswapen. Of in Zuid-Soedan waar hij jonge vrouwen ontmoette die wekenlang met hun ondervoede baby’s op de vlucht waren geweest.

De Croo noemt het een ‘ruw ontwaken’ uit zijn onwetendheid. Hij beseft dat genderdiscriminatie nog alomtegenwoordig is, niet alleen in verre landen maar ook bij ons.

Gendernormering zit ingebed in cultuur, traditie en godsdienst. In landen als China, India en Zuidoost-Azië worden 1,5 miljoen meisjes niet geboren of bij hun geboorte vermoord. Andere culturen verminken dan weer hun meisjes. Volgens Unicef zijn 200 miljoen vrouwen genitaal verminkt. Elke dag vinden 41.000 kindhuwelijken plaats. Wereldwijd kunnen 500 miljoen vrouwen niet lezen of schrijven. Vrouwen maken twee derde uit van alle analfabeten in de wereld. Onderwijs voor meisjes in ontwikkelingslanden noemt De Croo dan ook een topprioriteit. Het is voor hen een hefboom voor ontwikkeling en de beste remedie tegen de bevolkingsexplosie. Het maakt van meisjes mondige en zelfstandige vrouwen.

Maar ook bij ons blijft actie nodig. Jaarlijks komen in ons land 40.000 klachten over huiselijk geweld binnen bij de politie (110 per dag). Twee op de drie klachten worden geseponeerd. In slechts 4 % van de aangegeven verkrachtingen leidt de aangifte tot een veroordeling.

De #metoo-affaire bracht ook in ons land een aantal gevallen van grensoverschrijdend gedrag aan het licht.

Maar er is meer! De genderloonkloof toont aan dat in België vrouwen gemiddeld 8 % minder verdienen dan mannen. Daar zijn een aantal redenen voor: meisjes kiezen vaker voor een traditionele studierichting waardoor ze terechtkomen in beroepssectoren die minder betalen; ze nemen het leeuwendeel van het onbetaalde werk voor hun rekening; ze stromen te weinig door naar topfuncties; ze onderhandelen niet genoeg over hun loon.

In ons land (en in de meeste Westerse landen) is er gelukkig niet langer een verschil in toegang van meisjes en jongens tot secundair en hoger onderwijs. Vrouwen zijn vaak zelfs beter opgeleid dan mannen, maar toch zijn meisjes zwaar ondervertegenwoordigd in STEM-richtingen (Science-Technology-Engineering-Mathematics). Dus belanden ze meestal in sectoren waar de lonen minder hoog liggen, de carrièreperspectieven minder gunstig zijn en het maatschappelijke prestige minder groot is. Vandaar het grote belang van een niet-rolbevestigende studiekeuze.

Onze universiteiten blijven voorlopig mannenbastions. Vrouwen behalen 60 % van de mastertitels, maar als ze een universitaire carrière willen uitbouwen ondervinden ze het glazen plafond aan den lijve. Op dit ogenblik is er één vrouwelijke rector in Vlaanderen (op vijf universiteiten). Van de 49 decanen zijn er slechts 4 vrouwen.

Meisjes houden bij hun studiekeuze nog te veel rekening met latere gezinsverplichtingen en dat is vooral in tijden van automatisering, digitalisering en robotisering niet meer verantwoord. Een vijfde van de arbeidsplaatsen zal verdwijnen, maar het hele banenverlies kan worden gecompenseerd door de creatie van nieuwe jobs in de digitale sector. Meisjes moeten hun studiekeuze daarop richten.

We moeten ook oppassen dat de huidige gendernormen niet de algoritmes van de artificiële intelligentie binnensluipen. Als zo’n algoritme er van uitgaat dat topfuncties bestemd zijn voor mannen en huishoudwerk voor vrouwen, dan loopt het natuurlijk fout. We moeten dringend transparant communiceren i.v.m. genderongelijkheid en genderdiversiteitsprogramma’s ontwikkelen op basis van data.

Vrouwen moeten snel meer leidinggevende functies innemen in de bedrijfswereld. Slechts één op de vijf van de allerhoogste functies in het bedrijfsleven wordt door een vrouw bezet. Nochtans zijn vrouwen even ambitieus als mannen. Maar een topcarrière vereist een zeer grote beschikbaarheid die moeilijk te combineren valt met een evenwichtig gezinsleven. Door moederschapsverlofverlof, ouderschapsverlof, loopbaanonderbreking, deeltijds werken en occasioneel absenteïsme lopen vrouwen een gemiddelde loonachterstand op van 7 % per kind dat ze baren, blijven ze achter bij bevorderingen en bouwen ze daarenboven minder pensioenrechten op. We moeten dus dringend werk maken van o.a. nog beter georganiseerde kinderopvang, een verlenging en verplicht opnemen van het vaderschapsverlof en een verlaging van de leeftijd van de schoolplicht.

In 2040 verwacht de Europese Unie een tekort van 24 miljoen werknemers. Het is een absolute economische noodzaak om de arbeidsactivering van vrouwen te realiseren. Als de werkgelegenheidsgraad van vrouwen opgetrokken wordt tot die van de mannen kan het tekort aan arbeidskrachten binnen de Europese Unie beperkt blijven tot 3 miljoen. Maar daarvoor moeten dan snel een aantal concrete maatregelen genomen worden die vrouwen toelaten om voltijds deel te nemen aan het arbeidsproces, maatregelen die tegelijk de genderdiscriminatie op de werkvloer wegwerken.

Ja, Alexander De Croo heeft het begrepen. Gendergelijkheid betekent maatschappelijke vooruitgang en economische winst maar is ook ethisch de juiste keuze.

Mannen moeten er van overtuigd worden dat gendergelijkheid niet een stap achteruit betekent voor hen, maar een stap vooruit voor vrouwen én mannen. De vrijheid om kansen te grijpen, de vrijheid om zelf keuzes te maken, om je leven in eigen handen te nemen: dat werkt bevrijdend voor mannen evenzeer als voor vrouwen. Of hoe feminisme ook mannen bevrijdt.

Bedankt, minister De Croo. Je hebt de boodschap van het feminisme begrepen. Je hebt op een eerlijke manier en vanuit je eigen ervaring je ‘bekering’ tot het feminisme neergepend. Laat ons hopen dat héél wat mannen en vrouwen je boek lezen, de boodschap uitdragen en er daadwerkelijk iets mee doen. Beter laat dan nooit!