Joye Desmedt, genderstudies Leeds

Vrouwenvoetbal: een begrip met ingebakken vooroordelen, maar met veel potentieel. Kortom, een sport vergezeld van weerstand in de vorm van materiële en culturele hindernissen, die ikzelf als jonge speelster aanvoelde, en vandaag nog steeds vrouwen van het veld houdt. Gelukkig lijken we wel op een keerpunt te staan: de Belgische Red Flames zijn voor het eerst geselecteerd voor het Europees Kampioenschap Voetbal 2017 dat gespeeld zal worden in Nederland. De bijhorende representatie is cruciaal om het verzet tegenover voetballende vrouwen te ontmantelen.

Spijtig genoeg bestaat de overtuiging nog steeds dat voetbal en vrouwenvoetbal twee totaal andere sporten zijn. Bij de aankondiging van de match van de Red Flames tegen Engeland op de Facebookpagina van Sporza, claimden enkele mannen dat vrouwenvoetbal saai zou zijn of dat het beter in bikini gespeeld zou worden. Zulke meningen blijven overeind naast een meer positieve evolutie die onder andere beschreven werd door Sarah Vankersschaever in ‘Vrouwen bezetten het voetbalveld’, De Standaard van 21 september 2016. Zelfs het razend populaire videospel FIFA heeft sinds vorig jaar de internationale competitie van de vrouwen geïntegreerd. We moesten hier wel op wachten tot 2016. Het valt niet te ontkennen dat pas sinds de jaren negentig van de vorige eeuw wereldkampioenschappen vrouwenvoetbal worden gehouden waardoor de vrouwelijke equivalent van het spel heel nieuw lijkt. Wat echter vaak vergeten wordt, is dat dit late ‘begin’ al een tweede fluitsignaal was.

Voetbal was namelijk van bij het begin een sport voor iedereen, maar het waren de vrouwen die al snel de rode kaart kregen. Zo werd in Engeland het vrouwenvoetbal verbannen van de officiële velden tussen de jaren twintig en de jaren zeventig van de vorige eeuw. Indien voetbal alleen ‘natuurlijk’ zou zijn voor mannen, dan waren zulke belemmeringen nooit nodig geweest. Sport is juist structureel afhankelijk van het onderscheid tussen vrouwen en mannen, maar dat wil niet zeggen dat er één sekse noodzakelijk moet worden uitgesloten. Door dit gemaakte onderscheid bestaat er een grote investering in het presenteren en onderhouden van de verschillen tussen beide genders. Natuurlijk zijn er ook biologische verschillen, maar die zijn, in het geval van een sport zoals voetbal, meer toe te schrijven aan trainings- en investeringsmogelijkheden dan echte inherente lichamelijke verschillen gebaseerd op sekse. Zo verschillen voetballende mannen onderling veel meer van elkaar dan van voetballende vrouwen.

Het onderhouden van en de investering in dit verschil tussen genders in sport heeft echter meer te maken met wat feministische filosofe Judith Butler genderperformativiteit noemt. Kort gezegd bedoelt zij hiermee dat we door middel van herhaalde activiteiten en gedragingen, van zowel onszelf als iedereen om ons heen, leren en uitdragen wat het betekent om vrouw of man te zijn (waardoor je ook alleen het één of het ander kunt zijn). Heel wat zaken die als natuurlijk worden geïnterpreteerd, zijn eigenlijk te wijten aan wat men op voorhand denkt over elke categorie. In sport komt dit het zuiverste naar voren. Zo is voetballen bij uitstek dé manier om man te zijn. Daarom is het al bij aanvang zo een verstorende notie dat een vrouw, die per definitie geen man is, zou willen voetballen. Gevolg is dat voetbalsters vaak hun vrouwelijkheid ‘moeten’ herbevestigen tot op het veld; maar ook dat mannen vaak pertinent vrouwen van het veld willen houden of hen niet serieus willen nemen. Om voetballende vrouwen wel naar waarde te kunnen schatten, lijkt slechts de utopie van ‘genderloos’ sporten de enige optie te zijn. Een tijdelijke oplossing kan zijn om alle mannen die commentaar hebben, te laten meetrainen met de dames, zoals in Tsjechië is gebeurd.

Via het vergeten van het verleden en het bestempelen van de vrouwenafdeling als iets exceptioneels en excentrieks, door hen minder materiële steun toe te kennen, wordt het niveau van het vrouwenvoetbal kunstmatig laag gehouden. Wie niet alles kan geven voor haar sport, kan sowieso niet tot het uiterste gaan omdat de uren trainingen en recuperatie lager liggen. De kwantiteit en kwaliteit van vrouwenvoetbal gaan hand in hand en het is daarom noodzakelijk om ook de culturele overtuigingen over vrouwen en voetbal aan te passen. Er is excentriek veel geld gemoeid met mannenvoetbal. Niemand zal hiervan de dupe zijn als er van dit bedrag een beetje wordt overgeheveld naar de vrouwenteams. Het aanvullen van deze kwantiteit is weliswaar nog maar het topje van de ijsberg.

Waar duidelijk nood aan is, is een gelijkwaardige houding tegenover een voetbalster die alles geeft voor haar sport. Zo zou het vrouwenvoetbal niet steeds moeten vergeleken worden met het mannenvoetbal; tenzij men ook bereid is om het omgekeerde te doen. Het feit dat Imke Courtois al eens een analyse van mannenvoetbal mag komen brengen is een serieuze sprong voorwaarts ten voordele van de representatie van voetbalkennis bij vrouwen. Om dit echter te laten slagen, zouden de aanwezige mannen haar misschien wel moeten laten uitspreken.