Bart De Wever, voorzitter N-VA

De conservatieve politica en feministe Lady Astor was de eerste vrouw die zetelde in het Britse Lagerhuis. Het eerste vrouwelijke parlementslid was eigenlijk een Ierse nationaliste, maar die liet haar stoel leeg waardoor de eer Astor te beurt viel. Ze werd er door haar mannelijke collega’s niet op felicitaties onthaald, maar eerder met misprijzen. Achter haar rug dan toch. De enige die het openlijk deed, was Winston Churchill. Hun bitsige – maar gevatte – woordwisselingen zouden legendarisch worden.Zo zou, na een zoveelste discussie, Lady Astor Churchill hebben toegebeten dat – als zij zijn vrouw zou zijn geweest – ze zijn thee zou vergiftigen. Waarop Churchill antwoordde dat als Astor zijn vrouw zou zijn geweest, hij die thee zou opdrinken.

Het is een van de vele apocriefe verhalen die over hen de ronde doen. Want van hun verbale steekspelen zijn geen documenten bewaard gebleven. Het zijn ondertussen legendes. Maar legendes die gekenmerkt worden door misogynie en een laatdunkendheid over de politieke rol van de vrouw. Wij zijn nu 100 jaar verder, en er is pijnlijk weinig veranderd.

Ik ben geen feminist en ik geloof evenmin in positieve discriminatie. Aan overheidsingrijpen om kunstmatig een realiteit op te dringen, heb ik een broertje dood. En een groot voorstander van gegarandeerde vertegenwoordiging zal ik nooit worden. Niet op seksistische of ideologische gronden, maar omdat ik principieel dergelijke overheidsingrepen op de vrijheid van vereniging en vergadering afkeur.

Ik ben evenwel een legalist, en leg mij bij het oordeel van mijn gelijken neer. Waar ik echter een probleem mee heb, is de manier waarop vrouwen in de politiek beoordeeld worden. En dat is vaak op heel andere gronden dan hun mannelijke collega’s.

Vroeger kreeg ik weleens kritiek omdat ik geen das droeg, maar verder reikte de commentaar op mijn vestimentaire keuzes nooit. Vrouwen worden daarentegen van kop tot teen gemonsterd. En worden er ook op getaxeerd, alsof het kwesties van enig politiek belang zijn.

Goed, de meeste mannelijke politici hullen zich in een grijs maatpak met das, dat vooral  degelijkheid – al is het eerder saaiheid – moet uitstralen. Vrouwen die voor iets anders kiezen dan een mantelpak, trekken dan al eens aandacht en controverse.

Maar het gaat verder. Een voortvarende en (over)ambitieuze politicus kan een bullebak genoemd worden, een cynicus, een tafelspringer, … Wat vervolgens geëvalueerd wordt als misschien geen positieve of aangename eigenschappen, maar wel kenmerken die eigen zijn aan het politieke bedrijf.

Voor succesgerichte politicae bestaat daarentegen slechts één politiek persona: dat van de bitch. Slaat ze eens op tafel, is het een kreng. Zegt ze eens nee, een harde tante. Vrouwen worden op die manier in de rol van onaangename wezens gedwongen.

Een rol die wordt geseksualiseerd. Een vrouwelijk Kamerlid zat ooit in de plenaire op haar knieën aan het bankje van een collega te praten. De Kamervoorzitter wees haar terecht met ‘het is goed dat u af en toe op de knieën zit, maar ik zou dat toch voor een andere gelegenheid voorbehouden’.

Dat de voorzitter waakt over de sereniteit van de vergadering en laakbaar gedrag beteugelt, is een gangbare praktijk. Maar ik betwijfel of een mannelijk parlementslid ooit op dezelfde manier tot de orde werd geroepen. Of tout court werd aangesproken op de seksuele geladenheid van deze of gene handeling.

‘U bent dronken, sir Winston,’ merkte Lady Astor eens op. ‘En u bent lelijk,’ riposteerde Churchill, ‘maar morgenochtend ben ik ben ik niet meer dronken en u nog steeds lelijk.’ Ooit lachte ik er smakelijk om. Nu besef ik dat het onnodig kwetsend was en van een ongekende mannelijke neerbuigendheid getuigt. De politiek wordt nog steeds door die ingesteldheid gekenmerkt. Waartoe dat kan leiden, zien we in Frankrijk.

Winston Churchill was een magistraal politicus en een na te volgen voorbeeld. Maar zijn houding ten opzichte van Lady Astor en zijn visie op vrouwen in de politiek was verkeerd. En dat was een van zijn vele en grote gebreken. Dat Churchill juist op dat gebied school moest maken, is niet alleen betreurenswaardig, het is ronduit onrechtvaardig. Het is een smet op het politieke bedrijf.

Gelukkig kon Astor Churchill op zijn plaats zetten. Toen die zich tijdens een vergadering afvroeg als wat hij naar een gemaskerd bal zou gaan, antwoordde ze: ‘Ga voor de verandering eens nuchter, Winston.’