Ico Maly, docent Tilburg University en hoofdredacteur Diggit Magazine

Beslist feminist? Onomwonden ja. Maar wat betekent die outing? Het bestaan van de blog Beslist Feminist en de noodzaak om zich te uiten als feminist wijst op twee zaken.
De hedendaagse relevantie van feminisme

Ten eerste dat feminisme voor velen een soort dirty word is. Zich uiten als feminist is an sich een daad van betekenis geworden. Mensen moeten gevraagd worden zich te uiten als feminist, want in het dagelijkse discours is het woord lange tijd ‘onhip’ geweest. Feminisme, zo laat men ons geloven, is schijnbaar een woord uit het verleden. Feminisme, zo heet het dan, heeft zijn doel bereikt. Het is een anachronisme. Het is niet meer dan een soort erfenis die wij hebben meegekregen. Iets wat gebetonneerd zit in onze samenleving en in onze cultuur. Je anno 2017 uiten als feminist staat dan gelijk aan oubollig en onsterfelijk onhip zijn.

Hier moet meteen de opmerking gemaakt worden dat feminisme bij de jongere generatie aan een opmars bezig is. Het succes van het pamflet ‘We moeten allemaal feminist zijn’ van Chimamanda Ngozi Adichie kan hier gelden als bewijs. Wie in de 21ste eeuw even rondkijkt, ziet meteen ook de noodzaak en de relevantie van feminisme. Het is heus niet alleen Trump die seksisme en misogynie tentoonspreidt. Digitale media en hun algoritmes reproduceren conformisme aan kapitalistische schoonheidsidealen en baren fenomenen als ‘slut-shaming’. Die online media zijn niet het eigenlijke probleem, ze maken enkel zichtbaar wat offline ook realiteit is: een diepe ongelijkheid tussen vrouw en man. Die ongelijkheid is structureel. Ze is door en door verweven met de structuren van onze samenleving.

Toch blijft de gedachte dominant dat feminisme bij ons zijn tijd heeft gehad. Dat het zichzelf overbodig heeft gemaakt. Feminisme, net zoals de Verlichting, wordt dan niet meer begrepen als een hedendaagse strijd die nog steeds woedt in alle hevigheid, maar als een historisch fait accompli. Degenen die feminisme als ‘iets van vroeger’ bestempelen, zullen echter niet graag naar buiten treden als anti- of niet-feminist. Een van de verwezenlijkingen van het feminisme is net het hegemoniseren van de idee van gelijkheid tussen man en vrouw. Die gelijkheid ontkennen of in vraag stellen is gelukkig een faux pas. Dit betekent echter niet dat diezelfde stemmen meer willen doen dan alleen maar lippendienst te bewijzen.

Feminisme als lege betekenaar

Hier raken we aan het tweede punt: net zoals ‘democratie’ of ‘cultuur’ zijn feminisme en zeker het sloganeske engagement voor de ‘gelijkheid van man en vrouw’ lege betekenaars. Er is zo’n hevige politieke machtsstrijd (geweest) rond deze concepten dat ze een veelheid aan (contradictorische) betekenissen oproept. Een uiting als feminist wordt dan ook betekenisloos, net omdat we niet weten hoe de auteur feminisme definieert.

Die conceptuele onduidelijkheid zorgt ervoor dat iedereen zich feminist kan noemen, om er vervolgens een inhoud aan te geven die de gelijkheid van man en vrouw in de praktijk ondermijnt. Politici maken dankbaar gebruik van de rekbaarheid van het concept. Ze claimen feminist(e) en/of voor gelijkheid te zijn en beloven “er werk van te maken”, “beleid uit te rollen” en de zaken “aan te pakken”. Gelijkheid tussen man en vrouw is immers een wezenlijk onderdeel van ‘onze cultuur’, zo toetert men op vraag. Maar tegelijkertijd nemen ze beleidsmaatregelen die gelijkheid aanvallen. Meestal in naam van eufemismen als “realisme” of erger nog “modernisering”. Zelden viseert men dan de vrouw expliciet, men “rolt gewoon beleid uit”, maar de effecten versterken de structurele ongelijkheid.

Feminisme is geen passe-partout

De vraag is dus niet zozeer of men feminist is, noch is het de vraag of men voor de gelijkheid tussen man en vrouw is. De vragen die vandaag relevant zijn, luiden: wat verstaat men onder feminisme? En (nog belangrijker) hoe zal men werk maken van gelijkheid?

Niet elk beleden feminisme is feministisch te noemen. Feminisme is heus niet makkelijk verzoenbaar met elke politieke ideologie. Het is geen toeval dat Bart De Wever zich geen feminist wil noemen. Historisch gezien staat feminisme haaks op het Burkeaanse conservatisme dat hij aanhangt.

Het staat ook haaks op het beleid van deze regering in het algemeen. Denk bijvoorbeeld aan de beperking van de gelijkgestelde periodes bij werkloosheid en brugpensioen tot één jaar. Een maatregel die in de praktijk een enorm nefaste invloed heeft op vrouwen en kwetsbare groepen. En toch bestempelen vele leden van die regering zichzelf als ‘feminist’. Ze tweeten, spreken en schrijven om de haverklap over de gelijkheid tussen man en vrouw als deel van onze eigenheid. Maar hun beleid toont een heel andere realiteit.

Het mag duidelijk zijn: feminisme is maar zinvol als het een concrete invulling krijgt. Feminisme is geen passe-partout, het is geen evidentie en de strijd is al helemaal niet gestreden.

Mijn feminisme

Feminisme is voor mij een voortzetting van de radicale Verlichting. In 1790 schreef Condorcet al een vurig pleidooi ‘On the emancipation of women. On giving women the right of citizenship.’ Hij betoogde dat de mensenrechten gelden voor elk lid van het mensdom ongeacht geslacht, religie of ras en dat elkeen die daartegenin gaat zich niet alleen onvermijdelijk buitenspel zet, maar de idee van de mensenrechten zelf ondergraaft.

Juridische gelijkheid is echter slechts een eerste stap. Feminisme is voor mij een inherent deel van een humanistisch en democratisch socialisme. Feminisme gaat niet zozeer over individuele overtuigingen als wel om een politieke, discursieve en sociaal-economische strijd. Het gaat over het herscheppen van de samenleving zodat de oude Verlichtingswaarden van vrijheid en gelijkheid realiteit worden voor eenieder. Feminisme gaat dan niet zozeer over de juiste attitude als wel over de creatie van een goede en rechtvaardige samenleving. Een samenleving waar niet enkel lippendienst bewezen wordt aan gelijkheid, maar waar die gelijkheid de facto gerealiseerd is.

Feminisme is vanuit dit perspectief niet verzoenbaar met het neoliberalisme, het Burkeaanse conservatisme of het imperialisme, net omdat het gelijkheid wil realiseren. Feminisme gaat over het creëren van de randvoorwaarden zodat iedereen vrij en gelijk kan zijn. Meteen zien we dat feminisme zonder antiracisme, of een feminisme dat wordt losgekoppeld van sociaal-economische gelijkheid, onmogelijk is. Het gaat heus niet louter om koppen tellen, het gaat er voor mij veeleer om wat die koppen te zeggen hebben en wat ze doen. We moeten niet meer Thatchers hebben, we moeten meer feministen aan de top hebben. Feministen die niet alleen trots zijn feminist(e) te zijn, maar die dat ook bewijzen in hun beleid.