Laura Van Eeckhout, ondervoorzitter Vrouwenraad en voorzitter Vrouw & Maatschappij – CD&V-politica regio Brussel

Soms vragen vrienden me sinds wanneer ik weet dat ik feminist ben. Ik vertel dan het verhaal van toen ik klein was en geen ballet wou doen omdat ik enkel een roze tutu mocht dragen (en geen zwarte zoals die van mijn tante waarin ik graag rondsprong). Ik zat toen midden in een anti-roos verzet. De een-op-een relatie tussen meisjes en roos vond ik stom. Of het verhaal toen ik als 11-jarige wou voetballen en ik niet mocht omdat voetbal geen sport voor meisjes was. Tot op de dag van vandaag vind ik dat het meest onrechtvaardige argument ooit (#GoRedFlames!). De waarschijnlijk echte – en veel begrijpelijkere – reden was dat met drie kinderen met elk een boel hobby’s, mijn ouders er niet nog een intensieve hobby konden bijnemen.

Maar eigenlijk was er nooit echt een “aha, ik ben dus feminist”-moment. Feminist zijn, is gewoon een evidentie. En ik ben ervan overtuigd dat dit voor quasi iedereen zo is. Als je vindt dat mannen en vrouwen gelijk zijn en dus gelijke kansen moeten hebben, dan ben je feminist – punt.

Maar als iedereen dan feminist is, waarom is het dan zo moeilijk om werk te maken van die gelijkheid? Want verdorie, we zijn er echt nog niet. Er zijn zoveel verschillende meningen binnen het feminisme dat 1 juiste aanpak of 1 ideale maatregel niet bestaat. En dat is perfect oké. Dat maakt het net interessant. Helaas zijn het vaak enkel de meer extreme meningen die in de media komen. Toen ik begon te werken bij Vrouw & Maatschappij en ik mensen uitlegde dat ik voor een vrouwenbeweging werkte, kreeg ik steevast de reactie “ah, zoals Femen”. Nee. NIET zoals Femen. Ook met je kleren aan kan je perfect strijden tegen genderongelijkheid, thank you very much. Het zijn helaas ook vaak deze meer extreme meningen die veel mensen – onterecht – het feminisme doen afwijzen.

Er wordt ook veel te vaak gefocust op wat ons onderscheidt als feministen in plaats van wat ons verbindt. De typische splijtzwam zijn dan uiteraard quota. Ik beken: ik ben ervan overtuigd dat quota een goed instrument zijn. Geen doel op zich, zeker niet zaligmakend, maar wel een goed hulpmiddel. Quota zal ik dan ook elk dag opnieuw verdedigen tegen elke kortzichtige “ik wil dat talent primeert”-reactie. Want sorry, als het vandaag enkel over talent ging, waarom zijn er dan niet evenveel vrouwelijke CEO’s, vrouwelijke piloten en mannelijke verpleegkundigen en kleuterleiders? Een gebrek aan talent, echt? Nee dus. Talent primeert vandaag niet, maar geslacht des te meer. Dat is net het hele probleem. Ik wil graag dat we eindelijk eens echt stappen zetten om deze gendergelijkheid dichterbij te brengen. Dus zonder slappe streefcijfers die vooral een excuus zijn om geen echt beleid te moeten voeren, maar met quota waar deze nodig en nuttig zijn. Want hoe graag ik ook zelf zou willen dat iedereen al gelijk is en enkel hard werken en talent ertoe doen, als je even rondom je kijkt dan weet je snel genoeg dat dit nog niet het geval is.

Ik had dus misschien geen “aha, ik ben dus feminist”-moment. Maar ik had wel een “wow, actie is nog nodig”-moment. In mijn masterjaar had ik mee een lezing georganiseerd over vrouwen aan de universiteit. Tijdens die lezing bleek dat er aan mijn unief pas voor het eerst een vrouwelijke decaan was verkozen in 2010. In 2010! Daar en dan heb ik voor mezelf beslist dat ik niet ging afwachten tot gendergelijkheid uit zichzelf tot stand zou komen. Dan mogen we volgens de laatste prognoses nog zo’n 202 jaar wachten. Nee, bedankt. We moeten gewoon maatregelen durven nemen. We moeten erkennen dat van gelijkheid nog geen sprake is en beslissen dat we er samen iets aan kunnen doen.

Dus wat voor een feminist ben ik? Alleszins eentje die zich zeer bewust is van de privileges die ik als hoogopgeleide witte vrouw heb. Ik staar me ook niet blind op het glazen plafond. Want dat plafond wordt vandaag bijna uitsluitend door witte vrouwen doorbroken en dat is deel van het probleem. Net zoals ik geloof dat iedereen feminist is, geloof ik rotsvast dat we pas echt gelijk zullen zijn als elke vrouw en elke man gelijke kansen hebben, ongeacht achtergrond of afkomst.

Ik ben ook een christendemocratische feminist. Voor ons telt elke mens. En iedereen telt als mens: niet als een bepaald labeltje of omwille van een eng hokje, maar als prachtige, complexe persoon met talenten, uitdagingen en karaktertrekjes. Een mens die gelijk is aan elke andere, waarbij het niet uitmaakt wie of wat je bent en wie je graag ziet. Waarbij het niet uitmaakt vanwaar je komt, maar waar je naartoe wil. Voor ons tellen alle mensen en iedereen verdient gelijke kansen. Een gelijkheid van kansen die we niet van vandaag op morgen tot stand kunnen brengen. Maar een gelijkheid waar je in dialoog en met duidelijke maatregelen aan werkt. Alleen zo geraken we allemaal samen vooruit.