OVER BARINGS- en ANDERE RECHTEN
Tom Van den Broeck, vroedvrouw/lactatiekundige bij La Madrugada

Dat hebben die van de Vrouwenraad goed gezien: om aan de vooravond van de internationale mannendag een man in een typisch vrouwenberoep (in casu: vroedvrouw) iets te laten schrijven over feminisme … een ongewone invalshoek. Sowieso vinden veel mensen het ongewoon dat je als man het beroep van vroedvrouw uitoefent. Ik word er om de haverklap op gewezen dat het toch wel apart is om enkel met, rond, door, onder, tussen en voor vrouwen te werken. Terwijl ik daar zelf nooit bij stilgestaan heb vroeger. Ik ben trouwens niet de enige man hoor, maar dik gezaaid zijn we (nog?) niet. Tot nader order ben ik wel de enige (!) mannelijke lactatiekundige (of: borstvoedingsspecialist) van Vlaanderen.

Het is door de steeds weerkerende vraag van derden (“Zeg, is het niet vervelend zo als enige man?”) dat ik me wel bewust móest worden van het feit dat mijn situatie toch wel apart is. En dat ik ben beginnen nadenken over hoe het zou zijn, mochten er meer “vroedvrouwmannen” zijn (lees ook artikel in DS, woensdag 26/10/2016). Zouden we dan als beroepsgroep meer gedaan krijgen bij de overheid? Zouden we zichtbaarder worden in de maatschappij? Zou de status van het beroep verhogen? Interessant om over na te denken.

Want één ding staat vast: vroedvrouwen – en ik reken alle “vroedvrouwmannen” er voor alle duidelijkheid bij – mogen nog wat feministischer ingesteld staan m.b.t. ons beroep én onze doelgroep. We zijn enerzijds nog steeds te weinig bekend bij het grote publiek, vooral dan qua job inhoud. Anderzijds zijn we jarenlang door de overheid vergeten waardoor we qua (financiële) erkenning heel wat in te halen hebben t.o.v. andere gezondheidsberoepen. En tegelijkertijd moeten we  proberen nog meer zwangere vrouwen te bereiken zodat ze beter geïnformeerd aan hun bevalling en postpartum kunnen beginnen. Het is een sneeuwbaleffect: hoe meer wij vrouwen informeren, des te meer zullen zij opkomen voor hun barings- en borstvoedingsrechten!

Eerst iets over feminisme t.a.v. ons beroep. Sinds jaar en dag hoor ik rondom mij teveel vroedvrouwen die erin berusten dat ze niet kunnen rondkomen als ze volledig zelfstandig zouden zijn (en geconventioneerd zouden blijven, dus: zich houden aan de conventies van het RIZIV). Dat ze het zo graag zouden willen, maar dat ze om rond te komen, dag en nacht zouden moeten werken en paraat staan waardoor dat niet combineerbaar zou zijn met hun gezin. Dus kiezen ze er ‘maar’ voor om zelfstandige in bijberoep te blijven waardoor ze zeker zijn van een vast maandelijks loon (én dertiende maand én vakantiegeld). Ik vind dat een spijtige vaststelling. Je hoort toch nooit een arts (m/v) zeggen dat hij het niet kan rooien als zelfstandige en dat hij daarom naast zijn zelfstandige praktijk ook nog ergens in loondienst wil blijven werken?

De RIZIV-tarieven zijn gewoon niet correct (31 euro bruto voor een huisbezoek dat al gauw een uur duurt, overdag of in de late uurtjes, week of weekend) en hoewel de beroepsgroep onlangs een kleine verhoging heeft bekomen voor de postpartumzorgen (tot vorig jaar was het 25 euro), kan dit niet volstaan om vroedvrouwen van een deftig loon te voorzien. Met die bedragen moeten immers alle kosten worden gedekt (auto, materiaal, toestellen,…). We zijn heel goed in het zorgen voor anderen, maar minder goed in het zorgen voor onszelf. En dus haken veel vroedvrouwen na een tijd af, omdat ze het niet meer rond krijgen.  Of ze stappen uit de conventie…  Dat ziet het RIZIV dan weer niet graag gebeuren en is ook in het nadeel van de moeders. Maar als de overheid/het RIZIV vroedvrouwen geconventioneerd wil houden, zouden ze misschien ook eens kunnen overgaan tot financiële tegemoetkomingen? Zo krijgen huisartsen die zich aan de conventie houden een geïntegreerde praktijkpremie én wachtvergoedingen. Iets wat voor vroedvrouwen niet geldt (er is überhaupt geen “geld” voor ons, zo lijkt het wel). Bovendien vind ik het schrijnend dat anno 2016 zelfstandige vroedvrouwen nog maar in een handvol ziekenhuizen welkom zijn. Beslist feminist moeten we zijn!

Een goede portie feminisme t.a.v. onze doelgroep én vanuit onze doelgroep zelf, nl. alle (wens)mama’s-in-spe, is hier ook zeker op zijn plaats. Nog al te vaak, krijg ik koppels over de vloer die bij hun eerste bevalling een slechte ervaring hadden omdat er niet naar hun wensen geluisterd werd en ze meegesleurd werden in een medische mallemolen waar ze zelf geen vat meer op leken te hebben. Of krijg ik verhalen te horen van vrouwen die niet meer in het openbaar borstvoeding durven geven omdat ze er negatief op aangesproken werden .

Wat het eerste betreft: het proces van arbeid en bevalling is een hormonaal gestuurd proces, gelijkaardig aan het vrijen en komen tot een orgasme. Zoiets gebeurt best zonder al te veel prikkels van buitenaf, zonder stress en zeker niet op commando. Iemand dwingen tot seksuele betrekkingen, noemen we verkrachting. Een vrouwenlichaam dwingen om in arbeid te gaan, noemen we… inductie. Daar mogen we dus niet licht overheen gaan. Het gaat hier over het zelfbeschikkingsrecht van elke zwangere vrouw, het recht op informatie en het recht om te kiezen waar, hoe en bij wie ze wil bevallen.

Wat het tweede betreft: het is wettelijk toegestaan om je kind in het openbaar te voeden. Mensen die daar een probleem mee hebben, kijken dan best de andere kant op. Misschien niet altijd evident voor jou als borstvoedende vrouw, maar misschien geef jij hierdoor weer steun aan een andere mama die de stap nog niet had durven zetten.

Waar dit specifieke feminisme op neerkomt is: het maakt niet uit of je al dan niet onder epidurale bevalt, in een geboortehuis, thuis of in het ziekenhuis bevalt, liggend op je rug of hangend aan een touw. Belangrijk is dat er opties waren en dat je een geïnformeerde keuze hebt kunnen maken die dan ook ten volle ondersteund  en gerespecteerd werd door de mensen die je op dat moment rond jou wou en mocht hebben.

Het goede nieuws is: zoiets is écht mogelijk. Ik heb het geluk samen te mogen werken niet alleen met een fantastisch vroedvrouwenteam maar ook met gynaecologen die ons beschouwen als complementair en niet als concurrentie, die de baringsrechten van vrouwen hoog in hun vaandel dragen en waar er onderling samengewerkt wordt om elke bevalling zoveel mogelijk te laten verlopen volgens de wensen van de vrouw in kwestie. En daar ben ik zó trots op!