Jonas Vanderschueren (1993) is schrijver, onderzoeker en dramaturg. Hij werkt aan de Universiteit Gent als wetenschappelijk medewerker en was twee jaar lang hoofdredacteur van het literair tijdschrift Kluger Hans.

Eigenlijk wilde ik eerst een politiek stuk schrijven, waarin ik een radicaal, socialistisch en queer betoog zou houden over hoe feminisme onderdeel is van een bredere emancipatorische strijd voor fundamentele gelijkheid. En alhoewel ik daar fundamenteel in geloof en dat ook wil uitdragen, besefte ik onder het schrijven al vrij snel dat zo’n algemeen betoog uit mijn mond, als witte man, niet meer zou zijn dan propaganda. Daarom leek het me beter om vanuit mijn eigen leven te vertrekken om uit te leggen waarom het voor mij vanzelfsprekend is om een feminist te zijn. Het persoonlijke is immers politiek.

In mijn puberteit werd ik erg gepest. Ik was klein, smal, en spendeerde het grootste deel van mijn tijd met boeken lezen en schrijven. Sport interesseerde me geen bal. Mijn helden waren Freddie Mercury en David Bowie, ik kleedde me soms als een vrouw, en vermeed eigenlijk alle jongens op school. Als ik vrienden had, waren het meisjes, en dan meestal meisjes met soortgelijke interesses als ik.

Ik voelde me erg vervreemd en eenzaam, vooral omdat ik niet begreep waarom de scheiding tussen jongen en meisje, man en vrouw, zo strikt was. Ik viel dan wel op vrouwen (ook al leek het gespierde lijf van Freddie Mercury me ook wel wat), maar ik voelde me geen man, en ik begreep ook niet wat een vrouw in de ogen van zovelen zo fundamenteel anders maakte. Ik was aangetrokken tot vrouwen, ja, maar eerder tot specifieke personen dan tot een geslacht.

In mijn studententijd werd ik ‘normaal’. Ik kleedde me normatief, maakte vrienden, en gedroeg me vooral zoals van me verwacht werd. Niet dat ik een macho werd, maar ik leerde wel om me normatiever te gedragen: ik werd norser, en in de ogen van velen (vaak terecht) ook een stuk arroganter. Ik leerde om de twijfels die in mijn achterhoofd knaagden te verdringen, en vooral met mijn studie bezig te zijn. In deze periode noemde ik me al een feminist, maar dat was vooral vanuit een theoretische politieke overtuiging gebaseerd op de idealen die ik als kind van thuis uit meekreeg.

Politiek kreeg ik niet van thuis mee, maar idealen wel. Mijn ouders hamerden erop dat iedereen gelijk is, en dat geen enkel verschil in huidskleur, geslacht of taal daar ook maar iets aan verandert. Ik weet niet waarom ze daarop bleven hameren zonder enige politieke agenda, maar hun gehamer werkte. Ik begrijp nog steeds niet hoe het kan dat het grootste deel van onze samenleving het ‘onderscheid’ tussen man en vrouw als iets natuurlijks beschouwt, net zomin ik begrijp hoe het kan dat voor velen het onmogelijk lijkt om dat te overstijgen. De idee dat gender de meest fundamentele grondslag van ons zijn is, lijkt me nagenoeg absurd.

Nu ik me steeds meer als genderqueer begin te identificeren, en het mezelf toelaat om al tastend de grenzen van mijn eigen genderidentiteit te verschuiven voorbij de dualiteit tussen man en vrouw, besef ik een stuk beter hoe alle emancipatorische bewegingen met elkaar vervlochten zijn. Tegelijkertijd besef ik ook dat het voor mij onmogelijk is om me volledig als mens te ontplooien zolang ik privileges toegewezen krijg enkel en alleen door het mannelijke gender dat de samenleving mij toewijst vanwege het geslacht waarmee ik geboren werd. In een strikt gegenderde en patriarchale maatschappij is het voor iedereen onmogelijk om in alle vrijheid te handelen. Daarom probeer ik los te komen van de comfortabele normativiteit waarin ik me genesteld had, zowel in mijn denken als mijn handelen. Bewust stilzwijgen zou niets meer zijn dan schuldig verzuim.

Daarom ben ik een feminist: omdat feminist zijn, mens zijn is. Omdat het absurd is dat gender nog steeds als een van de belangrijkste maatstaven geldt in onze maatschappij. Omdat het absurd is dat één van die genders haar volledige machtspositie te danken heeft door de andere aan zich te onderwerpen. Omdat het absurd is dat de ene mens minder rechten geniet, minder veilig is, en minder respect geniet, enkel en alleen om hoe die geboren is. Dat moet stoppen, en dat kan enkel als we solidair een vuist maken en samen strijden voor universele emancipatie.